Column 2015-42 Rennersgeluk

IVN DRVU - Column Natuur Dicht Bij Huis
Enige tijd geleden heb ik mij, wegens een overmaat aan kilo’s en gebrek aan conditie, aan het rennen gezet. Sindsdien loop ik met grote regelmaat over de Botsholse wegen. Zeker in de zomer is er genoeg te beleven als je luistert en een beetje om je heen kijkt, dus voor mij zeker geen oortelefoon in. Gelukkig niet, anders had ik begin juni zeker de havikenfamilie gemist. 

Al dravend over de Botsholsedijk hoorde ik door de bomen rechts een mij onbekende vogel. Het klonk als een jonge roofvogel maar ik kon het geluid niet thuisbrengen. Verdwaasde sporter als ik inmiddels ben, draafde ik bezeten door maar nam me wel voor later op de dag terug te komen.

Gewapend met een verrekijker en fototoestel met stevige telelens, vatte ik aan het einde van de middag post op de plek waar ik het geluid had gehoord. Al gauw had ik een groot nest in de gaten, een meter of twintig de bebossing in. Een poosje bleef het stil tot ik een paar klagende, beetje paniekerige kreten uit het nest hoorde komen, even later gevolgd door een stel korte ké-ké-ké kreten een eindje verderop. En ja hoor, daar kwam met rustige vleugelslag een roofvogel ter grootte van een buizerd door de bomen gemanoeuvreerd. Na geduldig wachten, werd ik uiteindelijk zelfs beloond met het een blik op het echtpaar havik door mijn telelens.

Dolgelukkig fietste ik weer terug naar huis, om daar te constateren dat alles op de foto scherp was behalve het roofvogelstel. Kennelijk was ik precies aan het eind van het broedseizoen geweest, want de volgende keer dat ik stond te spieden was het jong uitgevlogen en hoorde ik slechts zo nu en dan verderop de havikenkreten.

Afgelopen vrijdag rende ik weer mijn rondje over de dijk. De zwakke herfstzon deed zijn uiterste best om door de mist heen te branden, maar voorlopig zag ik voornamelijk een witte wattendeken om me heen. Plotseling hoorde ik door de mist het mij nu bekende ké-ké-ke op me afkomen en vloog de havik vlak voor mij langs. Na nog wat doordraven zag ik de grote vogel met donkergrijs-wit gestreepte borst op een lantaarnpaal mijn geploeter minzaam aanzien om vervolgens met kalme vleugelslag weer in de mist te verdwijnen. Even later wist de zon wat gaten in de nevel te prikken en voor mij stroomde een paar heldere zonnestralen over de dijk.

Het allermooiste van die ochtend moest nog komen. Daar waar de dijk plotseling zicht biedt over de Botshol was de mist als bij toverslag verdwenen. Het prachtige herfstlicht speelde over het rimpelloze water van de plas, omzoomd door de kale rietkragen waar hier en daar nog een flard mist zwierf. Zou het niet prachtig zijn als het altijd zo zou zijn?

Sep Van de Voort 
IVN-natuurgids

Digitale krantversie Column 2015-42, 141015, pagina 8

Naar Columns 2015