Column 2015-26 Koekoek brengt bliksembezoek

IVN DRVU - Column Natuur Dicht Bij HuisNatuur kan soms vreemde dingen doen met een mens. De laatste weken ren ik regelmatig naar buiten om, met beide handen aan mijn mond, het geluid van de koekoek te imiteren. Ik hoor het beestje regelmatig in de buurt en probeer hem te verleiden wat dichterbij te komen, zodat ik hem eindelijk eens van dichtbij kan zien. Daar is hij tot dusver echter nog niet ingetrapt.

Ik moet u bekennen dat ik een lichte obsessie voor deze gevederde vriend heb. Vanaf eind april hoor ik hem vrijwel dagelijks. Soms verbreekt hij in alle vroegte de weldadige stilte met zijn afgemeten 'koekoek', met een korte pauze tussen beide koeken.

Gedaan is het dan met mijn ochtendrust. Klaarwakker ben ik door dit bijzondere dier dat ik vaak hoor maar slechts hoogst zelden zie. Of denk te zien, want zeker weten doe ik het nooit. Zou ik hem zittend zien, dan is de kans op herkenning nog redelijk groot. Zo groot als een houtduif met nauwelijks zichtbare pootjes, afhangende vleugels en een lange staart.
Als ik hem denk te zien dan is het echter vliegend: een vogel met een lange staart maar wat onhandig snel fladderend, sterk gelijkend op een sperwer.

Technisch gesproken is het, zoals u ongetwijfeld weet, geen broedvogel. Wel is het een zomergast, al is hij is maar kort in ons land en staat hij al weer bijna op het punt om te vertrekken. Zijn, of liever gezegd haar, taak is volbracht.

Een groot aantal eieren (tot wel meer dan twintig aan toe) is gelegd in vreemde nesten, waar graspiepers, karekieten, heggenmussen of roodstaarten hun eigen kroost verdreven zien worden door het koekoeksjong. Een vrouwtjeskoekoek is gespecialiseerd in één soort gastgezin omdat haar eieren sprekend lijken op die van het slachtoffer. 

In ons geval zal haast wel een heggenmus de uitgekozen waardvogel zijn omdat er daar veel van in de buurt broeden. Het jong kruipt al na twaalf dagen uit het ei en nog geen drie weken later kan het al het nest verlaten. Omdat vader en moeder koekoek de opvoeding hebben uitbesteed, kunnen zij al weer vroeg de kuierlatten nemen richting het zuidoosten van Afrika. De ene bron zegt dat de trek half juni begint, andere bronnen houden het op half juli. 

In augustus is de jonge spruit pas klaar om op eigen houtje de genetisch ingebakken weg te vinden naar het winterverblijf in Afrika. Om het volgend jaar weer voor een bliksembezoek terug te keren naar zijn geboorteplek. Fascinerend, die koekoek!

Sep Van de Voort
IVN-natuurgids

Digitale krantversie Column 2015-26, 240615, pagina 6

Naar Columns 2015