Column 2015-24 Kerkuilen en hun uilskuikens


Kerkuilen leven in Nederland vooral buiten de randstad. Maar in ons gebied is er de laatste tien jaar ook broedsucces, mede dankzij nestkasten van IVN.

In topjaren zijn er in Nederland tot wel 3000 broedparen. De jaarlijkse aantallen veranderen evenwel als gevolg van het voedselaanbod. Als de winter streng is geweest, zijn er weinig veldmuizen en is er niet veel te eten voor kerkuilen. In ons gebied zijn er jaren achtereen goede broedresultaten geweest, vooral in door IVN geplaatste uilenkasten.
Van vier tot zeven jongen per broedsel. Maar 2015 is een daljaar. Naar een verklaring voor de onbezette nestkasten en kleine legsels kunnen we slechts gissen. 

In een nestkast in een open schuur bij boer Roest waren vorig jaar zeven jongen en dit jaar slechts twee. Voor die twee werd de uilenringer ingeseind om te komen voordat ze zouden gaan uitvliegen.Vorige week kwam hij. Een paar IVN-ers waren erbij om mee te genieten.

Bij het plaatsen van de ladder tegen de nestkast zagen ze een oudervogel wegvliegen naar een andere schuur op het erf. De ringer haalde de jongen voorzichtig uit de kast en deed ze in een zakje om ze veilig te vervoeren naar de ringapparatuur. Maar hoe voorzichtig de uilenringer ook te werk ging: één jong scheet hem direct bij het vrijkomen onder en het andere jong deed ’t later alsnog.

Het wegen, meten en ringen verliep verder probleemloos. Vervolgens werden de oudervogels gevangen en bekeken. De kleinste oudervogel bleek al geringd. De andere oudervogel, het iets grotere vrouwtje niet.
Ze werd gewogen, gemeten en van een ring voorzien. De gegevens werden zorgvuldig genoteerd.

De gegevens worden gemeld bij de vogelbescherming. Met behulp van ringgegevens uit het hele land wordt veel kennis vergaard over aantallen, leeftijd en gedrag van vogels. Het ringen zelf is een leuke en educatieve bezigheid. 

De uilskuikens waren lief en kwetsbaar, pluizig en lelijk. Maar het volwassen kerkuilvrouwtje was ook aandoenlijk toen ze met haar poten omhoog op de weegschaal lag. Ze hield zich angstig koest. Het venijn kwam toen ze weer werd opgepakt. Toen zette ze haar flinke klauwen in de hand die haar oppakte en kwam tot op het bot. Au, au, au... . Dat leert je dat je beter uilskuikens kunt hebben dan hun ouders. De jongen schijten wel maar slaan geen klauwen uit.

Ria Waal

Digitale krantversie Column 2015-24, 100615, pagina 6

Naar Columns 2015