Column 2015-14 Zingende Blauwborst weer te bewonderen

IVN DRVU - Column Natuur Dicht Bij Huis
In mijn jeugd noemde een jongen in de brugklas een meisje blauwborstje vanwege haar vormen en haar blauwe jasje. Hij had de bijnaam, waar zij overigens geen hekel aan had, afgeleid van het roodborstje. Wij hadden geen idee, dat er werkelijk een vogel met de naam blauwborst bestond. Jaren later kwam ik tot die ontdekking en toen duurde het nog even voordat ik dit vogeltje in het echt tegen kwam.

De kans om er een te zien is nu veel groter. De blauwborst doet het goed in Nederland, van 900 broedpaartjes in 1975 tot ongeveer 10.000 nu.
Mede dankzij het streven naar meer biodiversiteit zijn er meer plekken gekomen met veel variatie waar hij goed terecht kan. Hij houdt van natte gebieden met open delen en een rijke struweel- en loofboom-begroeiing waar veel insecten te vinden zijn. Blauwborsten zoeken hun voedsel meestal op de grond, waar zij ook broeden in dicht struikgewas. 

Eind maart is een groot aantal al weer terug in ons land vanuit hun winterverblijven in West-Afrika (voorbij de Sahara), Spanje of Portugal.
De voor de vrouwtjes uitslovende mannetjes zijn nu te zien en te horen met hun gevarieerde, uitbundige zang. Die zang is bijna net zo fraai als van de nachtegaal, aan wie hij verwant is, maar qua uiterlijk wint de blauwborst het met zijn opvallende kleuren. 

Uitzonderlijk voor vogels in Nederland is om én mooi te zingen én er mooi uitzien. De zang is melodieus met trillers maar moet eerst even op gang komen. De start “Sruu-sruu-sruu” lijkt wat op het aanlopen van een wiel, maar al snel hoor je vele, vrij hoge, heldere klanken. Hij is meester in het imiteren van andere vogels die naast hem in het territorium leven.
Vaak maakt hij gebruik van uitgekozen zangposten. 

Al zingend kan hij een baltsvlucht maken. De lucht in en dan met een opgewipte, uitgewaaierde staart als een parachuutje weer naar beneden. Zelfs ’s nachts is hij te horen. Het vrouwtje heeft niet de opvallende kleuren en leeft verborgen op de grond. In het najaar gaat het mannetje meer op het vrouwtje lijken.

Heeft het meisje, behalve in de spiegel, in haar leven al een blauwborstje gezien? Als zij veel wandelt in gebieden als de Groene Jonker of Waverhoek zou dat heel goed kunnen, alhoewel er in de Waverhoek afgelopen winter veel struikgewas is weggehaald.

Bert Fakkeldij                                                                                                                 IVN-natuurgids

Digitale krantversie Column 2015-14, 010415, pagina 6 

Naar Columns 2015