Column 2015-11 De Moestuin

              
Mijn vader is overleden. Mijn moeder ruimt op. Wekelijks ligt er een stapeltje. 'Of ik er nog wat aan heb?' Deze week waren het boeken. Plantenboeken, tuinierboeken en moestuinboeken.

Mijn vader had altijd een moestuin. Natuurlijk mochten wij hem in de moestuin helpen. Als wij zijn boosheid hadden gewekt, trok hij zich terug in de moestuin; vooral niet storen! Zo was de moestuin helend voor de ziel en het lichaam.

Eén moestuinboek heb ik er met een glimlach tussen uitgepakt.
Een vergeeld en gehavend boek met als titel 'van week tot week in eigen tuin' van de heer Kromdijk (1946). Een cadeau van zijn moeder toen hij 13 jaar werd. Geschreven in hoogdravend Nederlands. Ook toen stond in februari 'de Tooverhazelaar in vollen bloei'. En geeft de heer Kromdijk het advies, 'indien u deze heester nog niet in den tuin heeft staan, die maar eens aan te planten. Direct na den bloei snoeien (half Maart)'. 

In een ander boek, 'het plezier van de tuinier' uit 1978, trof ik prachtige pentekeningen aan van 'allerhande vruchten der aarde om ze te kweken en te eten'. Het betrof vooral groente die we nu 'vergeten groente' noemen. Daarin stond ook een plant met voor mij een mooie herinnering, de Angelica oftewel Engelwortel.

Mijn volledige voornaam is Angenetta. Mijn vader wilde als roepnaam Angel. Mijn moeder twijfelde aan het engelachtige (!) in mij en verkoos Anja. Toch noemde mijn vader mij nog weleens Angel of Angelica (zijn Engelworteltje).

Ik had de Angelica, de Engelwortel niet verwacht in een moestuinboek. Het is een vrij algemene plant die je hier overal langs de slootkanten kunt aantreffen. De plant lijkt een beetje op Fluitenkruid maar heeft een rondere bloemscherm en steviger blad. Ook bloeit de Engelwortel later en langer. 

In het boek 'het plezier van de tuinier' lees ik dat 'de Engelwortel het boeket geeft aan veel likeuren maar ook aan Vermouth'. IJslanders aten de stengels en wortels rauw en de Lappen kauwden erop net als tabakpruim. De gehele plant zowel blad, wortel als zaad heeft een bijzonder aangename odeur en smaak. Een geconfijte Engelwortel schijnt niet te versmaden! Al met al een bijzondere en eetbare plant.

Ik denk dat ik met de vergeelde en toch eigentijdse boeken, eens een eigen moestuintje ga beginnen. Een Nederlandse kruidenier uit Zaandam helpt me een handje en de Engelwortel ga ik ook eens uit proberen.

Anja de Kruijf
IVN-natuurgids

Digitale krantversie Column 2015-11, 110315, pagina 8

Naar Columns 2015