Column 2015-10 Sputter, Sputter, Sputter, ik ben een Putter


Daarmee herken ik deze vogel als ik een groepje puttertjes over hoor vliegen. Gezellig onderling kwetterend komt dan zo’n vlucht van deze on-Nederlands mooie vogeltjes voorbij. 

Het geluid is makkelijk te verwarren met dat van een groepje boerenzwaluwen dat ook, al vliegend, onderling contact houdt. In de winter is er echter geen twijfel mogelijk. De zwaluwen, insecteneters, zijn dan naar warmere oorden terwijl putters het hele jaar door in Nederland te vinden zijn.

Putters zie je bijna altijd in groepjes, van boom naar boom trekkend. En als dan zo’n groepje in een boom is neergestreken, zitten ze zich al klessebessend tegoed te doen aan alle zaden die ze uit de vruchten kunnen peuteren. Inderdaad vaak met een sputterend geluid, maar ze kunnen ook een heel snel en afwisselend liedje zingen, met een behoorlijk krachtig geluid. Natuurlijk heeft het beestje niet zijn naam omdat hij zo sputtert. Vroeger werd hij veel in gevangenschap gehouden en vond men hem onder andere zo bijzonder omdat hij behendig zijn drinken in een vingerhoedje omhoog wist te halen, als een emmer uit een put.

In het Mauritshuis in Den Haag hangt een schilderij van Fabritius, waarop prachtig te zien is wat er nog meer zo bijzonder is aan het beestje: zijn haast tropische kleurenpracht. Alleen al op zijn kleine koppie vechten knalrood, diepzwart en hagelwit om de aandacht. Een groot deel van zijn lichaam is een zachte kleur beige, afgewisseld met wit maar op zijn vleugels steekt dan weer een dikke band felgeel scherp af tegen twee zwarte strepen. Dit schilderij was weer inspiratie voor het boek The Goldfinch van Donna Tartt. Letterlijk vertaalt in het Nederlands betekent dit goudvink maar voor de Britten is het de naam voor onze putter.
De vogel die we in Nederland kennen als goudvink heet in het Engels dan weer bullfinch, oftewel stiervink, verwijzend naar zijn dikke nek.

Als u het allemaal nog kunt volgen. In ieder geval kunnen we aan de Britse naam zien dat de putter tot de vinkenfamilie behoort. In het Nederlands noemen we de putter ook wel de distelvink omdat hij, zaadeter bij uitstek, graag op distels en andere zaaddragende planten zit om er de zaden uit te peuteren. Daar is hij, met zijn puntige bek, dan ook erg handig in. 

Mijn achterbuurman zal niet zo blij zijn met de puttertjes. Hij heeft een werkelijk prachtige tuin en keurig netjes onderhouden maar zeker in het voorjaar kijkt hij lange tijd tegen mijn ongemaaide grasveld aan.
De paardenbloemen krijgen zo de kans om weelderig te bloeien en grote kans dat een groepje putters neer zal strijken om zich tegoed te doen aan de zaden van deze bloemen. En zo dicht bij huis is dat een prachtig stukje natuur: het frisgroene lentegras, de warmgele paardenbloemen en dan die gezellig kwetterende roodgeelzwartwitte bolletjes. Ik kijk er nu al naar uit!

Sep Van de Voort
IVN-natuurgids

Digitale krantversie Column 2015-10, 040315, pagina 8

Naar Columns 2015