Column 2015-08 Elke dag tuinvogeldag

IVN DRVU - Column Natuur Dicht Bij Huis
Mijn heggenmus komt elke dag. Hij of zij scharrelt wat onder een struik, hapt hier en daar naar bodemdiertjes en zingt af en toe een wijsje. Soms beweegt ie wat muisachtig en dan weer hipt ie als een echte vogel naar de plek waar ik van tijd tot tijd wintervoer strooi. 

Hij vertoont zich niet als de eksters oude kaaskorstjes ophalen en ook niet als de merel zonnepitten en ander graan komt eten. De heggenmus komt als er niemand anders is, als het voer bijna op is en alleen de allerkleinste graantjes zijn achtergebleven. Met zijn spitse snaveltje kan hij dan het laatste graan tussen de stenen oppikken. Aan zijn spitse snaveltje en zijn blauwgrijze nek, keel en borst kun je zien dat het geen gewone huismus is. 

Mijn heggenmus is altijd alleen net als het roodborstje. Dat valt op, want mezen en vinken komen met een paar tegelijk en vliegen van tak naar tak en van boom naar struik. Ze komen en gaan. Dat doen ook de huismussen die tjilpend en kwetterend meestal snel weer zijn vertrokken. Maar als de heggenmus komt, blijft hij een tijdje om te foerageren of te zingen. Misschien heeft hij net als de roodborst een groot territorium nodig. 

Om meer te weten over mijn heggenmus ben ik informatie gaan zoeken. Heggenmussen - zo is gebleken - kunnen zich handhaven in stadstuinen en kantoorparken. Ze nemen licht toe in aantallen. In Nederland broeden ongeveer 250.000 paren. Dat doen ze in rommelige tuinen, in dichte struiken en in coniferen. Over hun liefdesleven wordt gezegd, dat ze een beetje overspelig zijn. Dominante mannetjes bevruchten vaak meerdere vrouwtjes. Een minder dominant mannetje mag dan wel de jongen verzorgen. Dat verzorgen van de jongen hebben die heggenmusjes toch weer mooi geregeld. 

Wat zou het trouwens leuk zijn als mijn heggenmus bij mij in de tuin gaat broeden. Daarom laat ik vanaf heden mijn tuin een beetje verrommelen en de coniferen wat dichter groeien. En voorlopig blijf ik gewoon wintervoer voor hem (of haar) strooien zodat ie blijft komen. 

Ria Waal

Digitale krantversie Column 2015-08, 180215, pagina 4

Naar Columns 2015