Column 2014-46 Boktorren en andere kevers

IVN DRVU - Column Natuur Dicht Bij HuisIk denk dat deze column al zo’n 10 jaar bestaat. Al die tijd schrijf ik twee keer per jaar een column. Ik krijg weleens de vraag; 'hoe verzin je iedere keer weer een onderwerp?' Eigenlijk is dat simpel. Als het weer tijd wordt om een column te schrijven gebeurt er wel iets. Man komt thuis met een dode bunzing. We ontdekken vleermuizen in de dakrand. Er zitten 11 ransuilen in de boom. Boven je computer hangt een spinnenweb. Je volgt een bijencursus of je ligt in het gras tussen de madeliefjes. Het heeft me nooit moeite gekost. Ook nu niet.

Er vloog wat door het huis. Geen nachtvlinder. Wat dan wel. Het landde op een schilderij; een tor. Een tor? Daar heeft in de afgelopen 10 jaar nog niemand over geschreven. Maar ja, wat weet ik over torren te vertellen.
Zes poten, dus een insect. Maar dan. Tijd om de boeken eens te raadplegen. Ondertussen toch een stofdoek gepakt om de tor alvast buiten te zetten. Ja, dat kan niet met de stofzuiger. In de gebruiksaanwijzing van mijn nieuwe stofzuiger staat, vetgedrukt, dat je geen levende dieren met de stofzuiger mag opzuigen.

Kevers worden ook wel torren genoemd. Dus torren zijn kevers. Kevers hebben, op een enkele uitzondering na, twee paar vleugels (dus vier).
De voorste vleugels zijn in de loop van de evolutie hard geworden.
We noemen deze vleugels dekschilden. Officieel moet je dus praten over schildvleugelige. De vliezige vleugels zitten er onder, die worden gebruikt om mee te vliegen.

Een bekende kever is het lieveheersbeestje. Zet je hem op je hand dan loopt hij naar het hoogste punt van je hand  om vandaar weg te vliegen. Een lieveheersbeestje is een vleeseter (carnivoor). Hij eet luizen. 

Veel kevers zijn echter vegetariër, ze eten delen van planten. De schilden kunnen zwart zijn maar ook prachtig gekleurd. De kleuren kunnen op drie manieren ontstaan. Sommige schilden hebben echte kleuren, ze zijn kleur vast. De metaalkleuren, zoals bij het elzenhaantje, ontstaan anders. Het schild, de chitine, blijft tot zekere hoogte doorzichtig maar breekt het licht dat erin komt. De structuur van de chitine bepaalt dan hoe het licht breekt en daardoor ontstaan de metaalkleuren.

Andere soorten hebben klieren die kleurstoffen afgeven. Die kleurstoffen bestaan uit heel kleine gekleurde schubbetjes die op het dekschild blijven zitten. Veel snuittorren hebben dekschilden die ze met kleurrijk poeder bedekken. Zonder dit kleurrijk poeder zijn de schilden zwart.

Mijn tor bleek een boktor. Te herkennen aan zijn lange gebogen antennes. Sommige boktorren heb je liever niet in huis, ze leven van droog oud hout en kunnen houten balken volledig vernietigen. Mijn boktor heb ik in de houtstapel gezet, heeft hij ook wat te eten.

Ineke Bams
IVN Natuurgids

Digitale krantversie Column 2014-46, 121114, pagina 2

Naar Columns 2014