Column 2014-42 Wildernis in Waverhoek

IVN DRVU - Column Natuur Dicht Bij HuisHoe boeiend is het vogelleven in onze eigen nieuwe natuur, tussen Vinkeveen en Waverveen. Allerlei vogels foerageren in het plasdrasgebied met z’n rietkragen en pitruspollen. Ik kom dan ook graag in de Waverhoek om een rondje te wandelen of zoals onlangs om erbij te zijn als echte vogelaars aan birdwatching doen. Bereidwillig laten de vogelaars me door hun telescopen kijken. En dan zie je zoveel meer dan met het blote oog of met een verrekijker. 

Vogelaars en belangstellenden zoals ik richten zich vooral op de bijzondere vogels en lawaaischoppers. Meerkoeten zien we bijvoorbeeld gewoon over het hoofd. Wilde eenden negeren we. Over grauwe ganzen zwijgen we. Maar we moeten ze wel opmerken omdat ze gakkend overvliegen. Wel zijn we geboeid door de honderden kieviten die in een soort wolk slordig opfladderen en weer neerstrijken. We zeggen tegen elkaar: 'Kieviten zijn trekvogels maar zolang er voedsel genoeg is en het niet al te koud is, blijven ze hier'.

We volgen de ongeveer tien watersnippen. Ze lopen een beetje wormen te pikken en vliegen zigzaggend een stukje. De snippen verzamelen zich niet voor de trek naar warmere streken, ze houden van de Waverveense woeste grond. Het zijn waadvogels met een lange snavel en korte poten, die in moerassen en vochtige weilanden leven. 'Pas als het gaat vriezen, zullen de watersnippen vertrekken'.  

Ook een blijvertje is de rietgors, een klein vogeltje dat in zijn winterkleed een beetje grauw is en op een huismus lijkt. Hij heeft een witte baardstreep en een lange staart waar hij onophoudelijk mee rukt. De rietgors zingt niet erg mooi, een beetje krakend. Maar zijn vlucht is weer wel mooi, dansend in de lucht van rietstengel naar lisdodde.

Hij nestelt in rietvelden en verblijft ’s winters ook op bouwland, eet vooral zaden en ruigtekruiden maar ook insecten. 'Omdat riet en bouwland in Waverveen volop aanwezig zijn, kunnen de rietgorzen er blijven'.  

De vogels verblijven dus graag in de Waverhoek. En de vogelaars en ik?
We blijven nog even. De vogelaars kijken door hun ‘scopen’ en in hun boeken. Ik loop mijn rondje en geniet van de vergezichten over polder, woeste grond en het ernaast gelegen Botshol, en denk: 'Wat is natuur dicht bij huis fijn'.

Ria Waal

Digitale krantversie Column 2014-42, 151014, pagina 6

Naar Columns 2014