Column 2014-40 Nog even vlammen

IVN DRVU - Column Natuur Dicht Bij HuisVóór de grauwe winter begint, verandert de natuur kortdurend in een groots kleurenpalet. Waar komen al die kleuren zo ineens vandaan?

In het voorjaar en in de zomer zijn de bladeren groen door bladgroenkorrels. In deze korrels zit chlorofyl. Dat absorbeert alle zichtbare kleuren uit het zonlicht, behalve groen. Het groene licht wordt teruggekaatst en daarom zien wij de bladeren als groen. Het chlorofyl wordt voortdurend aangemaakt en gebruikt. Het heeft een belangrijke functie voor het leven op aarde. 

Onder invloed van zonlicht worden in de bladgroenkorrels, kooldioxide uit de lucht en water uit de bodem omgezet in zuurstof en glucose:
de fotosynthese.

In de herfst neemt de lichtintensiteit af. Daardoor maken loofbomen en struiken minder chlorofyl aan. Het aanwezige chlorofyl wordt teruggetrokken uit de bladeren en in de takken opgeslagen. De groene kleur van de bladeren verdwijnt geleidelijk. Andere kleurstoffen die tot dan toe onopgemerkt in de bladeren aanwezig waren, worden zichtbaar.
Het gaat om de pigmentstoffen xantofyl , caroteen en anthocyaan, respectievelijk verantwoordelijk voor de gele, de oranje en de rode kleur van de bladeren. 

In een bos met verschillende boomsoorten zie je in de herfst dan ook een rijke schakering aan kleuren. De intensiteit van de kleuren neemt toe in zachte, rustige, zonnige nazomers. Elders, bijvoorbeeld in Noord-Amerika, wordt deze periode wel de 'Indian Summer' genoemd. Afhankelijk van het weer kunnen deze kleurrijke 'schilderijen' dagen tot weken blijven bestaan. Uiteindelijk zullen alle bladeren vallen. Helaas kan één herfststorm voldoende zijn om deze kleurige weelde in een enkele dag op de grond te doen belanden. Soms vallen de bladeren al af vóór de boom kleur bekend heeft.

Deze bladval heeft ook een functie. Bij lagere temperaturen in herfst en winter kunnen boomwortels minder goed water uit de bodem opnemen. Als de verdamping, via de huidmondjes op de bladeren door zou gaan, zouden de bomen uitdrogen. Door de bladeren te laten vallen kan de boom zijn vochthuishouding goed op peil houden.

Door kortere  en koudere dagen en onder invloed van plantenhormonen, ontstaat er een kurklaagje aan de basis van de bladsteel. Daardoor stagneert de toestroom van voedsel en water. De bladeren zijn dan nog slechts door enkele vezeltjes met de steel verbonden. Alleen al door de zwaartekracht dwarrelen ze gemakkelijk naar beneden. De wind geeft ze daarbij het laatste zetje.

In de lente begint deze cyclus opnieuw.

Gerda Veth  
IVN-natuurgids

Digitale krantversie Column 2014-40, 011014, pagina 8

Naar Columns 2014