Column 2014-12 Een nieuwe lente, een vertrouwd geluid

Iedere winter richt ik een mooi plekje in vlak bij het huis met voer, zodat ik veilig warm van achter het dubbele glas kan genieten van de vogels die even in mijn tuin komen bijtanken. Misschien had u dezelfde ervaring als ik: de buit was deze winter karig.

Veel meer dan de huismussen en tortels die het hele jaar rond ons huis bivakkeren, was er niet te zien. Zelfs het roodborstje vertoonde zich maar spaarzaam. Dat lag natuurlijk aan de zachte winter, waardoor de vogels in de natuur voldoende voedsel konden vinden en zich niet hoefden te wagen in de buurt van mensen en katten.

Vooral de groenlingen waren bij mij deze winter notoir afwezig.
Jammer, want deze zaadeter heeft een bijzondere manier van eten.
Hij draait het zaadje langzaam rond in zijn bek terwijl hij de harde schil ondertussen lostrilt. Gedurende het voorjaar en de zomer zijn deze mooie beestjes voortdurend om ons huis te vinden.

Vooral het mannetje heeft een mooie gele borst en felle gele streep aan de rand van zijn vleugels. Ook op de kop en de vleugels zijn vegen geel en groen te bekennen. Het vrouwtje is, zoals meestal, wat fletser.

Al zijn ze vaak moeilijk te zien, zeker als de bomen weer vol bladeren zitten, te horen zijn ze voortdurend. Een paar snelle kwetters die een beetje lijken op de eerste tonen van een vink, gevolgd door een wat zeurderig, nasaal, licht aflopend toontje. Vanwege dat laatste, snerende toontje wordt hij ook wel de sneervink genoemd. Bijzonder is dat hij ook een zangvlucht heeft, als hij al kwetterend door de lucht vliegt. Maar waar hij dus in de zomer voortdurend te horen en te zien is, was hij tijdens de winter ineens verdwenen.

Het is geen trekvogel, althans, de meeste groenlingen blijven ook in de winter in onze contreien. Sommige schijnen wel te overwinteren in Frankrijk of nog zuidelijker maar het bestand hier wordt dan weer aangevuld door koukleumen die vanuit het Noorden af komen zakken.

Het raadsel van de verdwenen groenling werd voor mij deze winter opgelost tijdens een excursie in het gebied van Waternet in Loenen. Daar zag ik tot mijn verbazing een hele wolk groenlingen, misschien wel vijftig bij elkaar, in een paar bomen zitten. Net als veel andere vogels zoeken ze dus in de winter elkaars gezelschap op. In een grotere groep is het toch wat veiliger overwinteren.

Maar nu de lente aan kracht wint, hoor ik weer overal om me heen het vertrouwde gekwetter van de groenling en ik heb de eerste ook al weer gespot in de kastanje naast ons huis. Een nieuwe lente, maar een vertrouwd geluid.

Sep Van de Voort
IVN-natuurgids

Digitale krantversie Column 2014-12, 190314, pagina 2

Naar Columns 2014