Column 2013-46 Hunnie-veldlezing en Veenmollen

IVN DRVU - Column Natuur Dicht Bij HuisTijdens de Open Dag van project Hunnie in De Bovenlanden hield
Anja de Kruijf een leerzame lezing. In het veldlokaal wilde zij van de toehoorders weten 'welke soort veel voorkomt in De Bovenlanden en waaraan je niet denkt als je zo het weiland inkijkt?' Over die soort - het insect - ging de veldlezing.

Maar eerst eens vaststellen wat een insect is. Een insect kan klein of groot zijn maar heeft altijd zes poten en komt in enorme aantallen voor. Alleen in Nederland zijn er al meer dan 1700 soorten. Insecten kunnen in het water en op het land leven, zowel onder als boven de grond.

De Veenmol is het grootste in Nederland voorkomende insect en daarover ging het volgende deel. Een enkele toehoorder had weleens een veenmol gezien, was verrast over zo’n groot insect in Nederland en dacht aan een krekel.

Het veenmollengetsjirp doet inderdaad aan een krekel denken. Hoewel de veenmol met zijn 5 cm. on-Nederlands groot is, hoort hij wel degelijk hier thuis. Hij leeft vooral in veenweidegebieden en is in Nederland een beschermde diersoort. Omdat hij ondergronds leeft, zie je hem bijna nooit. In een gangenstelsel net onder het oppervlak eet hij wortels, wurmen, larven, andere insecten en soortgenoten. Als insectenbestrijder is de veenmol nuttig en als planteneter is hij schadelijk. En hij is schrikaanjagend en nogal kannibalistisch.

Veenmollen graven gangen en in een holletje legt een bevrucht vrouwtje zo’n 300 eitjes. De piepkleine jongen kruipen als complete dieren uit het ei, zijn bijna doorschijnend wit en krioelen in de buurt van het hol waar ze zelf hun voedsel moeten vinden. Het duurt wel twee winters voordat ze volwassen (imago) zijn. Bij het groter groeien, vervellen ze een paar keer. Hun grotere jas zit dan al onder het vel dat ze afleggen. Na de tweede keer vervellen, hebben ze hun forse gepantserde graafpoten en kleine vleugeltjes.

Na ook nog het een en ander over bijen gehoord te hebben, was de interessante leerzame veldlezing ten einde. Bij ‘Veenmollen’ moest ik voorheen eigenlijk altijd denken aan de jeugdgroep IVN De Ronde Venen & Uithoorn. Zij heten ook zo want ze zijn vernoemd naar dit karakteristieke dier van het veenweidegebied. Dat Anja de Kruijf als IVN-jeugdleidster van de Veenmollen juist dit insect uitlichtte, verbaast me niet. In ieder geval ben ik heel wat wijzer geworden van deze Hunnie-veldlezing.

Ria Waal-Klandermans
IVN-natuurgids

Digitale krantversie Column 2013-46, 131113, pagina 5

Naar Columns 2013