Column 2013-38 Krakeend

IVN DRVU - Column Natuur Dicht Bij HuisMensen hebben wat met eenden. Op allerlei manieren worden ze opgevoerd. Als strip- of tekenfilmfiguur, de witte Donald Duck of de zwarte Daffy Duck, eenden met menselijke trekjes. Of als bijnaam voor een auto, het lelijk eendje. En pas nog las ik in de Volkskrant een artikel over absurdistische humor van Ronald Snijders. Hij heeft het over een Moseseend, een eend die niet kan zwemmen omdat het water steeds opzij gaat. 

Als kind was de eend een van de eerste vogels die je ging voeren.
Wilde eenden die uit je hand aten. Hoezo wilde eenden? Als onderscheid met de tamme witte eend, waarvan hij de stamhouder is? Natuurlijk, er zijn nog veel wilde eenden die echt wild zijn en er zijn nog soorten die nog allemaal afstand tot de mens houden. Toch maar eens een andere naam voor de wilde eend gaan gebruiken. Niet zo moeilijk want er zijn andere namen voor geweest zoals ringeend. 

Een nog echt wilde eend is de krakeend. De krakeenden doen het goed. Hun aantal is explosief gestegen. Ooit een schaarse broedvogel maar nu zijn er al ongeveer 10.000 broedparen in ons land. Bij ons te zien in de Waverhoek, de Groene Jonker, de Botshol en de Vinkeveense plassen.
En ook in de poelen die zijn aangelegd tijdens de uitbreiding van de A2.

De krakeend zit graag op water met een rijke onderwatervegetatie om te grondelen maar zij slobberen ook het voedsel van de oppervlakte. Met een ruige soortenrijke oever is het helemaal goed, want dan kan het nest goed verborgen gemaakt worden. De krakeend is iets kleiner en slanker dan de wilde eend. Het vrouwtje van de krakeend lijkt veel op de wilde eend en kwaakt bijna net zo, alleen wat hoger. De woerd maakt een laag, kort, nasaal knorrend geluid dat lijkt op krak. Tijdens de balts kan hij een fluitend geluid maken.

De krakeend heeft in tegenstelling tot de wilde eend een witte spiegel
(de spiegel zit op de achterrand van de bovenvleugel). De woerd is in de zomer wat makkelijker te herkennen aan de bruine kop, het zwarte achterlichaam met een lichtbruine staart en het voor de rest grijze lichaam met een zeer fijne tekening. Maar tijdens de eclips (wanneer het mannetje kort zijn winterkleed draagt) lijkt hij op het vrouwtje. 

In de winter zoeken veel krakeenden het zuiden op maar er zijn er ook die, zolang het kan, hier op het grotere water blijven, vaak in gezelschap van andere watervogels.

Bert Fakkeldij
IVN-natuurgids

Digitale krantversie Column 2013-38, 180913, pagina 10

Naar Columns 2013