Column 2013-36 Madeliefje

IVN DRVU- Werkgroep plantenLiggend in het gras dacht ik, wat is het eigenlijk een bijzonder bloemetje, de madelief. Het gras net gemaaid en overal komen alweer de bloemknopjes naar boven. Het eerste bosje bloemen wat je aan je moeder gaf was ongetwijfeld een zelf geplukt bosje madelieven. En natuurlijk heb ook ik bloemslingers gemaakt van de madelieven.

Wat weet ik eigenlijk van de madelief? Ik weet dat een madeliefje tot de composieten familie hoort en de witte bloemenrand lintbloemen worden genoemd maar is dat nou zo interessant? Wat zou er allemaal te vertellen zijn over een madeliefje? Alleen al de naam wekt interesse.

De naam is waarschijnlijk afkomstig van maagde-lief omdat de bloemen vroeger in verband werden gebracht met de heilige maagd. De madelief gold als zodanig als symbool van de maagd Maria. In het Fries zeggen ze kowblomke of wel koebloempje. Deze benaming heeft te maken met het feit dat koeien en schapen heel graag madeliefjes lusten.

De Latijnse naam is ook heel mooi; Bellis Perennis wat betekent 'eeuwige schoonheid'. Als je dan toch eens goed naar deze eeuwige schoonheid kijkt, zie je een harig steeltje wat uit een rozetje van blaadjes groeit.
De bloem heeft een gele kern die eigenlijk bestaat uit heel veel bloemen,
de buisbloemen; bij een madeliefje wel honderd. Ga dat maar eens natellen. De witte lintbloemen die erom zitten, zijn er meestal dertien. 

De madelief vermeerdert zich vanuit zijstengels die groeien uit de rozet van bladeren. Ook is vermeerdering vanuit zaad mogelijk. Een zaadje onder je schoen meegenomen, geeft zomaar een madeliefje tussen je straattegels.

Bij een zachte winter kun je het hele jaar van een madeliefje genieten.
Het is de meest algemeen voorkomend bloem in Nederland. De bloem komt vooral voor in West-Europa, wat minder in Scandinavië. Het plantje houdt van betreding, beweiding en maaien. Het gras moet niet al te hoog zijn. Een beetje zon vindt een madeliefje ook fijn.

Misschien krijgt u inmiddels wel weer eens zin om de wei in te gaan en madelieven te plukken. U kunt er ook eens wat anders mee doen dan een bloemslinger maken. Neem een ei, leg daar een madelief op, omwikkel met uien, krant en touw en kook het ei. Na het koken staat er door de kleurstof van de ui een prachtig madeliefje op het ei. Een beetje boter opsmeren voor de glans en u heeft een prachtig Paasei. Ook kunt bloemknoppen in het zuur leggen. U krijgt dan een soort kappertjes.

Anja de Kruijf
IVN-natuurgids

040913, niet geplaatst in Nieuwe Meerbode

Naar Columns 2013