Column 2013-23 Strekspin

IVN DRVU - Column Natuur Dicht Bij HuisEen spin valt niet onder 'aaibare' natuur en zal daarom nooit zo populair worden. Maar ook onaaibare diertjes zijn belangrijk in een ecosysteem. Daarom kies ik dit keer voor de spin op de foto in deze column.

Deze spin is van mei tot en met augustus te vinden. Ik kwam zo’n spin voor het eerst tegen in de Demmerikse Polder tijdens het volgen van de Natuurgidsencursus. Normaal zou het beestje mij niet opgevallen zijn maar ik bekeek een plek nauwkeuriger en ontdekte steeds meer. Euforie bij het ontdekken van het beestje want ik dacht een bijzondere spin gevonden te hebben.

Helaas voor mij ontnam de naam mij direct die illusie: Gewone Strekspin. En het boekje ging verder: veel voorkomend.
De wetenschappelijke naam klinkt een stuk spannender: Tetragnatha extensa. Tetragnatha betekent vierkakig en verwijst naar de extreem grote kaken. Het opvallendste verschil met de vaak geziene wielwebspinnen is het langere achterlijf. Ook anders zijn de zeer lange en fijne poten.

Het was niet zo vreemd dat ik deze spin ondanks de opvallende kleuren nog nooit gezien had. Immers het is de tactiek van deze spinnen om zich te verstoppen onder en tussen bladeren, grassprieten of stengels. Bovendien leven zij laag bij de grond, zodat je ervoor op je knieën moet om ze te zien. Om nog minder op te vallen kunnen deze spinnen zich volledig strekken en worden dan zo smal dat zij zich zelfs achter één grasspriet kunnen verstoppen. Vandaar de naam.

De strekspinnen leven in hoge grassen, riet of bosjes op vochtige plaatsen vlakbij water. Het is dus wel handig dat ze ook over water kunnen lopen. Strekspinnen maken hun web laag bij de grond tussen het hoge gras of riet. Laagvliegende of springende insecten worden daarmee gevangen. Strekspinnen leven maar ongeveer 1 tot 3 maanden. En voor de tijd om is moet er gepaard worden.

Het mannetje verzekerd zich van een vrouwtje door met zijn grote gifkaken de nog grotere gifkaken van het vrouwtje vast te pakken.
De vrouwtjes zijn groter dan de mannetjes. Niet vreemd, want van een vrouwtje wordt wel verwacht dat zij 100 tot 200 eieren legt. Deze pakt ze zo in dat het lijkt op vogelpoep. Ook al een goede camouflage.

Struinen langs een waterkant levert altijd wat op en wie weet zie je deze spin of andere onaaibare, maar o zo onmisbare beestjes.

Bert Fakkeldij                                                                                                                 IVN-natuurgids

Digitale krantversie Column 2013-23, 050613, pagina 6

Naar Columns 2013