Column 2013-18 Kruisbestuiving

IVN DRVU - Column Natuur Dicht Bij HuisHebben we het over bestuiven, dan denkt iedereen met name aan bijtjes en bloemetjes. In werkelijkheid zit het hele bestuivingssysteem zeer ingenieus in elkaar.

In deze periode wordt u, bij iedere stap buiten, omgeven door stuifmeelkorrels. De producent van stuifmeelkorrels zijn de meeldraden. Een meeldraad bestaat uit een helmdraad en helmknop met de stuifmeelkorrels. Als u in een bloem kijkt, ziet u de meeldraad als een steeltje met een knopje erop. Stuifmeelkorrels zijn mannelijk en moeten trachten om bij een vrouwelijke stempel te komen.

De stempel is het bovenste gedeelte van de stamper, net onder in het vruchtbeginsel. De stamper bevindt zich meestal in het midden van de bloem. Bereikt de stuifmeelkorrel via de stempel het vruchtbeginsel, dan vormt zich een vrucht met daarin opgeslagen de zaadjes. Een vrucht kan zacht zijn bijvoorbeeld een tomaat maar ook hard bijvoorbeeld een pinda.

Het proces, dat de stuifmeelkorrel de stempel bereikt, noemen we de bestuiving.

Bomen doen dit meestal door heel veel stuifmeel het luchtruim in te sturen. Zo kan u terras helemaal geel of groen zijn van het stuifmeel.
De hoop is dat de stuifmeelkorrel door de wind vanzelf een stempel bereikt. Dit noemen we windbestuivers. De windbestuivers zijn de hooikoorts veroorzakers.

Zelfbestuiving treedt op als de stuifmeelkorrel komt op de stempel van dezelfde bloem. Een niet altijd wenselijke situatie want er is dan sprake van inteelt. Om dit te voorkomen kan een plant allerlei strategieën ontwikkelen. Bijvoorbeeld ongelijk rijp zijn van meeldraad en stempel (aardbei) of meeldraad en stamper zijn van ongelijke lengte (primula).

Bij kruisbestuiving wordt de stuifmeelkorrel van de ene bloem getransporteerd naar de stempel van andere bloem. Die andere bloem kan aan dezelfde plant zitten maar ook aan een andere. Voor de kruisbestuiving hebben we insecten nodig. Insecten waarbij het stuifmeel aan hun lijf blijft hangen en die van bloem naar bloem gaan. We denken dan aan bijen maar ook hommels, vliegen, kevers, mieren en vlinders doen mee. Soms kan een plant maar door één insect bestoven worden. Een voorbeeld is de grote wederik die de slobkousbij nodig heeft voor de bestuiving.

Interessant is nog om te weten dat voor de fruitteelt, voor een goede kruisbestuiving en vruchtzetting, je twee 'verschillende' rassoorten nodig hebt. Niet voor niets zie je in een boomgaard meerdere rassoorten.
Een goede boomkweker zal je dus al gauw twee (soorten)appelbomen verkopen in plaats van één.

Ik zou zeggen ga lekker naar buiten en geniet van het bestuivingfeestje. 
En voor hooikoortspatiënten; eet honing met stuifmeelkorrels waarvoor je allergisch bent. Het schijnt te helpen. 

Ria Waal

Digitale krantversie Column 2013-18, 010513, pagina 4

Naar Columns 2013