Column 2013-12 Roodborst & roodborst

       
De roodborst die ’s winters zachtjes tegen het raam tikt en vraagt ‘laat mij erin’, heb ik nog nooit meegemaakt. Maar in december komt er minstens één kerstkaart met een roodborstje erop via mijn brievenbus binnen. De roodborst zelf komt ’s winters dichtbij de mensen vanwege de voedertafel met havermout, kruimeltjes brood en beschuit. Maar echt vlakbij huis komt ie niet, hoewel het best een brutaal vogeltje is.

Inmiddels weet ik dat de roodborst die in de winter bij ons woont, zijn thuisbasis in Scandinavië heeft. En dat onze roodborst voor de zomermaanden overwintert in het lekkere warme Spanje of Zuid-Frankrijk. Verder weet ik dat vrouwen en mannen allebei een rode bef hebben. En dat een roodborst een andere roodborst altijd als concurrent ziet.

Onlangs waren er twee roodborstjes in de tuin, op elke schutting één.
Een klein wonder. Want ze verdragen geen soortgenoten. Heel agressief verdedigen ze het gebied waar ze foerageren. Dat is niet verwonderlijk want ze hebben wel een paar hectaren nodig om voldoende voedsel te bemachtigen. Met hun dunne korte snaveltje eten ze spinnen of kevers en die zijn vooral ’s winters schaars.

Nu zijn er dus twee roodborsten in mijn tuin. De vogel die mij ’s nachts wakker zingt, is dan ook geen nachtegaal maar een roodborst. Helder en luid zingt hij om zijn toekomstige vrouw te bekoren. Als hij lang en hard kan zingen, kan hij namelijk ook goed een territorium verdedigen. En pas dan wil het vrouwtje hem. Als het klikt tussen roodborst & roodborst, maakt het mannetje straks met grassen en bladeren een slordig nest. Het vrouwtje gaat vervolgens na het leggen van vijf of zes eitjes dagen broeden en krijgt tijdens de broedtijd eten van haar man.

Als de jonkies uit het ei zijn gekropen, hebben beide oudervogels het druk. Dan brengen ze lekkere hapjes naar hun kroost. Doordat de jongen aanvankelijk kaal zijn en later vlekkerig gevederd, zien ze er helemaal niet roodborstig uit. Ze roepen geen agressie bij hun ouders op, ook niet als ze gaan vliegen. En dat is maar goed ook.

Voorlopig ben ik benieuwd waar mijn roodborstman voor haar zijn nest gaat maken, zo tussen de bebouwing. Zijn favoriete plek is namelijk dicht struikgewas aan de bosrand. Als hij dat zoekt moet hij naar het Wickelhofpark naast onze wijk. Mocht hij toch kiezen voor een plek tussen de huizen, dan zal het wel in een dichte klimplant of een onbewoond mezenkastje zijn. Ik ga proberen het te volgen.

Ria Waal  

Digitale krantversie column 2013-12, 200316

Naar Columns 2013