De Oude IJsselstreek
Natuur
donderdag21feb2019

Wieuw!

Vannacht werd ik wakker. Het was heel stil buiten. Geen wind, geen geruis van verkeer, geen motorgeronk van rijnaken. En in die stilte klonk ineens een donkere, langgerekte holle kreet.  Anders kan ik het niet omschrijven. De eerste keer dat ik dit ooit hoorde stond het kippenvel me op de armen. Nu niet want ik weet inmiddels wat het is; De lokroep van een mannelijke steenuil.

Het doet me denken aan die keer dat we kampeerden in het Montagne Noir in Zuid-Frankrijk. De camping bevond zich in een smal zwaar bebost dal. Op een nacht haastte ik me over het slecht verlichte pad naar het toilet. Ik was er bijna toen ineens de befaamde roep van de bosuil  klonk; “whoehoehoehoe”. Het geluid dat in een griezelfilm doorgaans narigheid aankondigt. Ik schoot verschrikt het toiletgebouw in en deed bibberend de deur op slot. 
Het heeft even geduurd voor ik mezelf ervan had overtuigd dat er buiten (hoogstwaarschijnlijk)  geen gek met een bloederige bijl  op mij stond te wachten. .. 
Gelukkig klopte dat.

Ik kan me daarom ook goed voorstellen dat de gasten in de B&B van een vriendin van mij een beetje zenuwachtig worden van de nachtelijke communicatie van de steenuil. Nou ja uil. Eigenlijk is uiltje een beter woord want hij is niet groter dan een merel. Dat maakt het bereik dat hij heeft nog indrukwekkender. 

Steenuiltjes zijn steeds zeldzamer geworden op ons platteland. De erven van moderne boerenbedrijven zijn veel te netjes. Steenuilen leven naast muizen ook van grote insecten, regenwormen en kevers. Die vind je in vooral in onkruidrijke overhoekjes, modderige paadjes, half vervallen schuurtjes of in de uitwerpselen van vee. Die laatste zijn als het ware de  patatkramen voor de steenuil. 
In ons dorp zijn nogal wat mensen die pony’s of geiten houden voor de liefhebberij. Die staan doorgaans in oude stalletjes én ze lopen, en poepen dus, in de wei.
Kortom de steenuil heeft het naar zijn zin.

Althans meestal.
Laatst zat er eentje naast de schoorsteen van een huis wat om zich heen te kijken. Dat beviel de buurtmerel maar niets. Zenuwachtig scheldend vloog hij om het dak heen. Waarom wond deze vogel zich zo op? 
Steenuilen willen ook nog wel eens mussen, spreeuwen en misschien ook (jonge) merels vangen. En door de oplettendheid van die kabaalschopper was iedereen nu gewaarschuwd. Pech voor de uil die zijn heil dan ook maar ergens anders zocht.

Over lawaai gesproken; als er stennis is in steenuilenland dan hoor je ze volop “wieuw, wieuw!” roepen. 
Ik voel in een keer de pijn van een schrijver van een vogelgids. Hoe breng je een geluid over op papier? Het gezang van een nachtegaal bijvoorbeeld? Of  het gejubel van een veldleeuwerik? 

Gelukkig kan ik nu tegen u zeggen “kijk maar eens op Youtube of op de site van de vogelbescherming”, daar worden alle geluiden u op een presenteerblaadje aangeboden.

Wieuw!

Klik hier voor eerdere columns van Carin