De Oude IJsselstreek
Natuur
zondag21apr2019

Vogelhuizenmarkt

Onlangs nam mijn chef bij NME afscheid. Als cadeau kregen personeel en vrijwilligers 6 plankjes; nee niet voor een kist maar voor een mezenkast.
Inmiddels hangt hij op de plaats van een “uitgewoond” exemplaar. 
Na een kleine inspectie bleek die toch nog geschikt voor renovatie en heb ik hem in de hazelnootstruik gehangen. 

Column van CarinAlgauw wordt hij ontdek door een paartje koolmezen. Ze hippen  door de takken rondom terwijl ze de kast bekijken. Ondertussen maken ze zachte piepgeluidjes tegen elkaar. Het mannetje gaat voor het gat zitten en gluurt naar binnen. Hij doet geen poging om er in te kruipen maar maakt ruimte zodat mevrouw ook een oogje op het interieur kan werpen. Kennelijk bevalt het want ze begint gelijk aan de verbouwing van de ingang. Die is namelijk voor koolmezen te klein. Driftig pikt het paar om de beurt in het hout rond het gat dat maar niet groter lijkt te worden. Uiteindelijk geven ze het op en vliegen weg.

Dan verschijnt er een stel uit de eigenlijke doelgroep; pimpelmezen.
Waakzaam benaderen ze de leegstaande woning . Als er niets vervelends gebeurt waagt een van de twee het erop: Hij gaat op het dak zitten.  Onmiddellijk wordt hij aangevallen door een koolmees. Vechtend en piepend fladderen ze omlaag.  Gelukkig vallen er geen gewonden en al gauw springen alle vier de mezen zenuwachtig door de takken van de struiken om het nestkastje. Telkens als een van hen de woning nadert wordt hij of zij door iemand van de andere soort te grazen genomen. Er worden wat veren gelaten en uiteindelijk vertrekken ze allemaal  want wat heb je aan een villa met agressieve buren?

Mezen maken hun nesten in holtes in oude bomen. Op plekken waar deze ontbreken gebruiken ze graag nestkastjes. De grootte van de ingang bepaalt welke mezensoort zich er kan vestigen. Maar er zijn natuurlijk altijd kapers op de kust. Door het gat van een koolmezenkast passen bijvoorbeeld ook mussen en het gebeurt dan ook regelmatig dat die de boel overnemen. 

Column van CarinEr zijn wel meer vogels die gebruik maken van het werk van anderen.
Een leegstaande spechtenwoning wordt bij ons in de uiterwaarden vaak overgenomen door spreeuwen. Die zijn goed in van alles en nog wat behalve in het uithakken van nesten. Daar hebben ze spechten voor nodig.
In de bossen worden oude spechtennesten vaak door boomklevers in beslag genomen. Als de voordeur wat te ruim is, is dat geen probleem. Met klei en speeksel metselen ze hem gewoon dicht tot de gewenste grootte.

Bij de ooievaars gaat het weer anders. Die  leggen elk jaar weer een nieuwe verdieping aan op hun horst.  Zo wordt het nest elk jaar hoger en hoger. Maar de onderste etages staan allerminst leeg. Bij ons aan de dijk hebben de ooievaars torenvalken en ringmussen als onderburen. Ik weet trouwens niet of ze huur moeten betalen…..

Het meest bijzonder vind ik de bergeenden. Dit zijn holenbroeders maar den letterlijk; zij zoeken hun woning ondergronds. In de Loowaard zag ik eens een paartje van de ene naar de andere konijnentunnel waggelen op zoek naar de ideale woning.  De ingang moet ruim genoeg zijn, voldoende beschutting bieden én “vergeten” zijn. Want als je op je nest zit wil je natuurlijk niet de hele dag overlopen worden door de buren.

Foto's: Jan van Alst, Marijke de Both en Fred van de Heuvel

Klik hier voor eerdere columns van Carin