De Oude IJsselstreek
Natuur
vrijdag19okt2018

Van zuring tot struikrover

Ik fiets op de Oud Zevenaarsedijk op een mooie, rustige september ochtend. Het zonlicht strijkt met gouden vingers over het land en door het vocht in de lucht worden alle lijnen zacht.

Ik kijk uit over de Gelderse Waard en midden op een van de groene vlaktes zie ik de bruine contouren van een haas. Toch? Ik knijp mijn ogen een beetje samen…. Of niet? Hé daar zit er nog een en een eindje verder zie ik ineens een hele groep “hazen”, wel twaalf! Dat kan niet. Echt niet. Zoveel hazen zitten er nooit bij elkaar.

SpaarnwoudeAls ik dichterbij kom zie ik het; het is zuring! Overal staan plukjes bruine bladeren met daar boven uit een of twee licht pluimvormige bloemstengels die vaak een beetje scheef staan. Zo krijg je de indruk van een grazende haas met opstaande oren.
En dan slaan de radertjes in mijn hoofd op hol. Hebben hazen in de loop van de evolutie hun vorm aangepast aan uitgedroogde zuring? Of eigenlijk; werden hazen met dat model en die kleur minder gauw gepakt door vijanden? Ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat een vos of een roofvogel daar in zou trappen, toch?

Het is echter wel zo dat veel dieren een vorm of kleur hebben die hen weg laat vallen tegen de achtergrond. In mijn dierbare Rijnstrangen is de roerdomp daarvan het mooiste voorbeeld. De strepen op zijn hals zien eruit als schaduwen van rietstengels. Als hij dus met zijn snavel in de lucht in een rietkraag gaat staan dan zie je hem echt niet. Tot hij beweegt natuurlijk.

Een ander mooi voorbeeld zijn de groentjes. Een vlindersoort die als een blad aan een takje gaat hangen en zo onzichtbaar is voor hongerige vijanden. Of een kievit die op een veld doodstil op het nest zit en zo precies op de grijze schaduw van een kleiklont lijkt.

Zelfs het geel met zwart wit van koolmezen is een schutkleur. Het is namelijk de nabootsing van schaduw en lichtval in bewegend gebladerte. Dat er beweging in zit is in dit geval erg belangrijk; Mezen zijn namelijk absoluut niet van het stilzitten.

Ook de witte buiken van veel vissoorten zijn zo te verklaren. Als een snoek onder water naar boven kijkt ziet hij vissen met bleke onderkanten moeilijker tegen de lichte lucht. Ik vraag me wel af hoe het eruit zien als er een flinke onweersbui boven het water hangt…

Veel van onze veesoorten en huisdieren zijn wit of witgevlekt en dat is heel handig…. voor ons.
Een voorbeeldje;
De kleiputten rondom de Bylandt zijn door de droogte verworden tot slijmerige modderpoelen. Om te voorkomen dat zijn koeien de plomp in wandelen en erin wegzakken heeft de eigenaar er een stroomdraad voor gespannen. Ik fietste erlangs en ineens zag ik in de dichte begroeiing  een aantal grote , inderdaad, witte lijven….. aan de verkeerde kant van de draad! Als ze een donkere kleur hadden gehad dan waren ze onzichtbaar gebleven. Nu kon ik de boer waarschuwen dat een aantal dames  op avontuur was gegaan.

Schutkleuren kunnen ook een ander doel dienen. Om even terug te komen op de snoek. Die heeft kronkelige donkere strepen over zijn schubben. Door deze tekening wordt hij onzichtbaar als hij stilletjes tussen de deinende waterplanten hangt. Wachtend op ……een niets vermoedende prooi die hij dan overvalt als een echte onderwater struikrover.

Struikrovers? Die heb je natuurlijk ook boven water dacht ik bij mezelf. Maar het kostte me toch wel even tijd om er een te bedenken. Veel van onze roofdieren gaan op jacht onder dekking van het donker. Marters, vossen, uilen. Of ze laten zich vanuit de lucht vallen zoals de kiekendieven, torenvalken en sperwers. Maar uiteindelijk is dat ook best struikroverachtig toch?

Klik hier voor eerdere columns van Carin