De Oude IJsselstreek
(Zoog)dieren
dinsdag02jan2018

Speuren naar sporen bij Natuur Actief

Mede op uitnodiging van de Zoogdierwerkgroep was 21 november bij Natuur Actief op bezoek: Jeroen Kloppenburg. Nadat hij in 2008 de IVN Natuurgidsencursus had gedaan is hij zich gaandeweg gaan specialiseren in het spoorzoeken.

Volgens hem is het spoorzoeken de oudste wetenschap. Het uitleggen van diergedrag was voor de eerste mensen natuurlijk een levensnoodzaak. Niet alleen om te kunnen eten maar ook om  als schlemielige aapachtige aan gevaarlijke dieren te kunnen ontsnappen.

Hij laat ons vervolgens zien hoe een ree zijn vijanden te slim af is. Zoals de meesten van ons weten, rust dit dier overdag ergens in de begroeiing. De ree loopt eerst een eindje evenwijdig terug langs zijn eigen spoor en gaat dan zodanig liggen dat hij gedekt is in de rug, met uitzicht op de omgeving en de wind in de neus. Zo kan hij eventuele achtervolgers op tijd ontdekken.

Als je wat verder gevorderd bent in het spoorzoeken kun je ook zien of een dier rustig een beetje aan de wandel was of in volle vaart op de vlucht. Naast de afstanden tussen de pootafdrukken vertelt ook de “breedte” van het spoor daar iets over. Een dier dat hard loopt is minder “breedsporig”. Ook wij mensen hebben dat zo laat Jeroen ons live zien en bootst met regelmaat enkele spoorlopen ludiek na.

Filmpje MargaBij sporen denken we vaak als eerste aan prenten maar er zijn nog veel meer manieren waarop je kunt ontdekken welke dieren er in een bepaalde omgeving zijn. Vraatsporen bijvoorbeeld maar ook uitwerpselen en braakballen. Jeroen laat een filmpje zien van een ijsvogel die zo’n braakbal produceert. Vind je er zo een en wil je het meenemen dan kun het met haarspray of blanke nagellak fixeren.

Ook holen, nesten en legers die zich in een gebied bevinden zeggen iets over de populatie. Holen van echte muizen herken je altijd aan de bult zand die er voor ligt. Holen van woelmuissoorten bestaan alleen maar uit gaatjes en dat verbaast Jeroen. De mensen van de zoogdierwerkgroep denken dat dit komt omdat de woelmuizen de uit gekrabde grond met hun lijfjes tegen de tunnelwanden duwen en het dus niet naar buiten hoeven te brengen. Zo leren we weer van elkaar.

En dat was ook het geval bij de activiteit van Margriet en Carin.  Zij toonden telkens twee foto’s van dieren die veel op elkaar lijken. De zaal werd gevraagd de dieren te benoemen maar vooral ook om de verschillen aan te geven. Zo blijken hazen zwarte punten aan hun oren te hebben en zijn beverratten van bevers te onderscheiden door hun lange witte snorharen. Wespen vliegen heel anders dan zweefvliegen en kolganzen hebben een barcode op de buik, iets wat de grauwe gans niet heeft.

Ten slotte het raadplaatje van Marga. In eerste instantie leek het erop dat het raadsel niet opgelost ging worden. Toen eenmaal duidelijk was dat het een paddenstoel betrof was de uitkomst gauw gevonden: een parelstuifzwam.

In het Winkeltje kon iedereen snuffelen naar leuke cadeautjes voor de feestdagen en bij Jeroen kon men mooie handzame veldgidsjes kopen over, natuurlijk, sporen zoeken! Wil je hier meer over weten kijk dan op de site:  www.diersporengids.nl.

Parelstuifzwam - Natuur Actief - Marga Thomassen