De Oude IJsselstreek
Natuur
vrijdag22mrt2019

Reputatie

Toen ik in de Gelderse Poort kwam wonen reden hier heel speciale bussen rond.
Ze werden ingezet om mensen naar de plekken te rijden waar wilde ganzen te zien waren.
Die waren vijfentwintig jaar geleden een bezienswaardigheid maar intussen is hun reputatie van troeteldier overgegaan op plaagbeest.

Hoe is het beeld zo gekanteld?
Laten we eerst eens kijken hoe het leven van een grauwe gans er uit ziet.
In het voorjaar bezetten de paren ieder een eigen territorium. Dit bestaat uit een lapje ruig begroeide oever aan een waterkant. 
Na een broedtijd van zo’n 25 dagen puilt er een explosie aan schattige donsbolletjes uit de 6 tot 8 eieren die mama gans heeft gelegd. Ik vraag me af wie ooit op het idee is gekomen om ze “pullen” te noemen. Ik heb heel andere associaties bij dat woord. Maar goed.

Jonge gansjes zijn stapelvoedsel. Als ze op het water zijn grijpen snoeken ze van onderen, kiekendieven of ooievaars pakken ze van boven en op het land wakkeren ze de moordlust van vossen aan. Iedereen die de Nieuwe Wildernis heeft gezien kan er over mee praten.

Gelukkig zijn er genoeg kleintjes, dus er blijft altijd wel wat over. 
Die jonge ganzen eten in eerste instantie vooral ( water)insecten. Eiwit rijk voedsel, daar word je groot van. In de loop van de zomer schakelen ze over op vegetarisch. Alle groen dat uit de bodem komt in de buurt van het nest word door de familie gemillimeterd.

Aan het eind van de zomer zit iedereen goed in de veren en reist men af naar “Zalige oorden met Engels raaigras”.  Lekker eiwitrijk, daar groei je van. 
Maar helaas onze familie is niet de enige. Uit de hele omgeving duiken gezinnetjes op met hongerige puberganzen. En hoe de snoeken, kiekendieven en vossen ook hun best hebben gedaan, de meeste hebben hun jeugd overleefd en eten elk inmiddels zo’n pond gras per dag.

En dan hebben we de poppen aan het dansen. Dat gras is namelijk helemaal niet voor de ganzen. Alleen….. dat weten ze niet! En als dan ook nog de kolganzen uit het noorden terugkomen is het hek helemaal van de dam. Met lede ogen moeten boeren aanzien hoe hen het gras voor de voeten wordt weggevreten.

Er is nog zo’n dier waarvan de goede reputatie snel keldert. Ooit was hij hét ideaalbeest in de natte gebieden die gecreëerd waren langs onze grote rivieren. Om zijn komst te bespoedigen werd hij in de jaren 90 van de vorige eeuw zelfs uit gezet.  Maar ook de bever werkt hard aan het vernietigen van zijn goede reputatie. 
Zijn aanwezigheid kan echt spectaculaire (en vooral ook niet gewenste) gevolgen hebben. Hij zet zijn tanden namelijk gretig in allerlei bomen. Monumentaal of niet, een bever heeft echt geen flauw benul. Ook graaft hij graag holen in aan het water gelegen wanden. Dat het hier gaat om dijken, daar heeft hij geen boodschap aan. 
Hij is ook goed in waterwerken zoals het afdammen van stroompjes. Helaas zet dit de hele waterhuishouding in een gebied op zijn kop…….. het zal je akker of tuin maar wezen! Het is maar goed dat bevers niet zo veel jongen krijgen als ganzen want dan zou ons hele land inmiddels grondig verbouwd zijn.

Ik moet ineens denken aan een diersoort die al eeuwenlang een slechte pers heeft. Een aantal van hen is vanuit het buitenland onze grens over gestoken en heeft zich op de Veluwe gevestigd. U raadt al waar ik het over heb; De Europese wolf. Een toppredator. 
Waar wolven verschijnen ontstaat een nieuwe biologische balans. Grote hoefdieren als edelherten en wilde zwijnen worden er erg zenuwachtig van en verplaatsen zich voortdurend. Dit heeft als voordeel dat er geen overbegrazing meer plaats vindt op favoriete plekken er geen geschiet meer nodig is op overtallige dieren. Maar ook wolven krijgen kleintjes, en die moeten uiteindelijke een eigen territorium zoeken. 
Stel je voor dat we ze dan zouden kunnen overhalen beverruggetjes of ganzenborst bij ons te komen eten! Ik weet zeker dat iedereen dan van ze zou gaan houden!

Klik hier voor eerdere columns van Carin