De Oude IJsselstreek
(Zoog)dieren
zondag09okt2016

Pontje

Door: Carin HoltslagIVN De Oude IJsselstreek natuurcolumn Carin Holtslag

Het is een mooie, zachte nazomer avond. Ik loop samen met mijn zusje naar de Oude Rijn. Aan de oever staand worden we omringd door een zwerm enorme libellen. Ik weet niet hoe het u vergaat maar ik had het idee dat er deze zomer extra veel waren.

Ze zoeven geluidloos door de stille lucht, staan soms even stil en schieten weer door. Het heeft wel wat van een film van spitsverkeer in een drukke stad; maar dan versneld afgedraaid.

Het water van de Oude Rijn is spiegelglad en we trekken het pontje tot we er midden op liggen.
We genieten van de rust. Het is doodstil, zelfs het riet beweegt niet. Af en toe plopt er wat moerasgas op en soms doorbreekt een springend visje spetterend het oppervlak. Heerlijk.
Dan begint een jonge fuut te bedelen om eten. Zonder tussenpauze piept hij aan een stuk door; om dol van te worden. Zijn ouders duiken regelmatig op met een visje dat het jong razendsnel verzwelgt om gelijk weer in piepen uit te barsten. Moet dat beest geen ademhalen?

Plots klinkt er vanuit de rietkraag een enorm geruis. Gespannen kijken we om, wat komt daar in hemelsnaam voor iets reusachtigs aan? Het geritsel houdt even op. En dan begint het opnieuw, heel dichtbij….. We zien niets bewegen maar je zou denken dat er minstens een olifant aan komt.
“Krrrrt” klinkt plots het geluid van een…. meerkoet?! Ja, daar verschijnt de witte bles tussen de stengels. Meerkoeten; het zijn de egels van de rietkragen, je denkt dat er heel wat komt maar tís nie veul.

De zon zakt naar de horizon en de lucht kleurt van roze naar donker paars. Met veel vleugelgeruis stort een groep spreeuwen neer in de rietkraag aan de overkant. Daar barsten ze los in een druk gekrakeel. De ene na de andere groep arriveert en mengt zich in het gesprek van de dag. Na een tijdje wordt het stil. Dan vliegt ineens een plukje op, scheert over het pontje naar de overkant en daalt neer in het riet daar. Nog even wat gekibbel en dan is het stil.
Een nieuwe groep vliegt met snorrende vleugeltjes vlak over ons heen en verdwijnt ook aan de overkant tussen de stengels. Nog even wat gehakketak en als het weer stil is, vliegt een volgend groepje over ons heen. Dit gaat een tijdje zo door tot alle spreeuwen op zijn.

Eigenlijk zitten we te hopen we op de komst van de bevers. Overal op de oever liggen namelijk geschilde takjes en ze hebben ook een paar dikkere takken uit de wilgenopslag aan de zijkant van het pad geknaagd . Die zijn nergens meer te vinden. Die moeten ze meegenomen hebben naar een andere plek. Waarschijnlijk om hun burcht, die hier vlakbij verborgen in de oever zit,  te versterken.
We wachten en wachten.

De zon is nu helemaal onder en met het verdwijnen van het licht verschijnt weer een andere diersoort. Eentje die we allemaal maar al te goed kennen. Klein en ongrijpbaar en razend irritant. Muggen! En niet een klein beetje, we zitten tenslotte in een moeras niet waar?
U begrijpt het vast, na een paar minuten trekken we het pontje naar de kant en vluchten naar huis.
In gedachten zie ik de bever vlak daarna op zijn dooie akkertje is  langs het pontje peddelen want muggen daar maalt hij niet om.

Je kunt het niet zien, maar stiekem lacht-ie... (Foto: Marijke de Both)
IVN De Oude IJsselstreek bever door Marijke de Both

Klik hier om eerder verschenen columns van Carin terug te lezen.