De Oude IJsselstreek
Natuur
vrijdag27dec2019

Ondergronds

De bodem is een mysterie. Voor ons dan. Wij leven er immers bovenop. Onder de grond gaan we alleen met de metro of in zo’n enge parkeergarage.  En als we in de tuin werken. Dan graven we wel eens een gat en kom je in een keer van alles tegen wat je anders nooit ziet. Eigenlijk bevindt een heel groot gedeelte van al wat leeft zich ondergronds.

Ik neem aan dat u nu zoiets als regenwormen voor u ziet of engerlingen. Rare glibberdingen zonder poten die dan liggen te wriemelen zodra ze in het wrede daglicht komen.  BRrrrrr.
En dan die stiekeme duizendpoten! Zo zie je ze rennen en zo ineens zijn ze weg. Totaal verdwenen! Veel soorten hiervan hebben een afgeplat lijfje en daardoor kunnen ze zich in het kleinste spleetje verschansen. Daar wachten ze stilletjes tot jij ze met rust laat en dan gaan ze weer op jacht. Want het zijn echte roofdieren. Niet te verwarren met miljoenpoten. Dat zijn vegetariërs. Ze zien er ook heel anders uit. Hun lange grijszwarte lijf is bolrond en onder elk segment steken twee paar pootjes uit. Als ze lopen zien die eruit als een nooit eindigende “wave”. Als ik dat zie vraag ik me af of hij nou nooit struikelt over zijn eigen benen. Ik doe dat best vaak en dan heb ik er nog maar twee!

Wat we de bodem noemen is eigenlijk een opeenstapeling van diverse lagen. Een soort spekkoek zeg maar. Bovenop bevindt zich de strooisellaag. Daar ligt het afval van het lopende jaar. Dode bladeren en takken, uitgevallen haren, veren en schubben, dode dieren en mest gecombineerd met schimmeldraden van paddenstoelen. Daartussen krioelt het werkelijk van het leven. Allerlei dieren en diertjes eten en poepen daar en zo vormt zich onder het strooisel de humuslaag. Dat is die vruchtbare aarde die zo heerlijk naar potgrond ruikt. In een gezond bos is die laag lekker dik en vochtig. In graslanden is de strooisellaag heel erg dun en vaak ook veel droger. Waar het gras eraf wordt gehaald voor het vee is hij afwezig en dit zorgde er vroeger voor dat hooilanden steeds verder verschraalden.

Even terug naar de “spekkoek”. Na de humuslaag volgt er de uitspoelingslaag waarin door regen opgeloste mineralen naar beneden zinken en de bodem verrijken. Tot slot komen we dan op het moedermateriaal; bestaande uit zand, klei of veen. Die laagjes blijven niet allemaal netjes boven op elkaar liggen. Wortels van planten dringen er dwars doorheen, regen spoelt stoffen naar onderen en allerlei diertjes graven en woelen erin rond. Daar merken wij allemaal niks van. Totdat er ineens een bult uit het gazon op rijst….

Het werk van een wonderlijk creatuur; de mol. Met zijn uit de kluiten gewassen graafpoten klauwt hij zich een weg door het duister. Hij legt daar een heel gangenstelsel aan met een snelheid van zo’n 15 tot 20 meter per uur!
De uitgegraven aarde drukt hij met zijn lijfje tegen de wanden zodat die lekker stevig zijn. Alle aarde die over is werkt hij naar boven tot molshoop. U zult het misschien niet geloven maar ooit was de mol juist daarom een graag geziene gast in hooilanden. Met zijn gegraaf brengt hij namelijk mineraalrijke aarde uit diepere lagen naar de oppervlakte. Dit werd door de boeren over het grasland uit geharkt en zorgde zo voor voedsel voor het gewas. Na de uitvinding van de kunstmest is het arme diertje echter in het verdomhoekje terecht gekomen.

De mol eet vooral regenwormen maar ook bijvoorbeeld engerlingen en emelten die leven van de wortels van grassen. Ook daarom was hij vroeger geliefd. Verder houdt hij ook van muisjes. Niet die van het beschuit maar de knagertjes die, zo ondervonden de boeren in het Duivense Broek, enorme schade aan het grasland toe kunnen brengen.
Als jonge muizen in de mollengangen vallen en verdwalen dan zijn ze het haasje.
Ik zie het zo voor me.  Zo’n klein, grootogig bontballetje helemaal alleen in het donker….en dan uit het niets duikt een bek vol vlijmscherpe tanden op die de hele gang lijkt te vullen…. Hap!

Ik vraag me ineens af of ik ben verworden tot een kritiekloze fan van deze zwarte onderkruiper? Nee, want ik sta niet te juichen als mijn net opgekomen zaailingen omver geschoffeld zijn door graafwerkzaamheden van deze fluwelige, halfblinde geweldenaar. Oeps….dit klinkt toch best weer complimenteus. En dan kan hij ook nog eens zwemmen en zelfs klimmen! 
Goed, ik zal het maar bekennen: ik bewonder de mol. In mijn tuin geen klemmen meer!

Klik hier voor eerdere columns van Carin