De Oude IJsselstreek
Natuur
vrijdag14sep2018

Nog meer drama

Door: Carin Holtslag

Ja, ik kan er niets aan doen. Maar na de stervende egel volgde nog meer dood en verderf.

Zoals jullie wel weten is de liefde voor de natuur er bij mij met de paplepel ingegoten. En wie hanteren dat ding doorgaans? Juist, de ouders.
Die van mij hebben rondom hun huis een prachtige tuin met uitbundig bloeiende borders, een groot grasveld en mooie hoge bomen. Natuurlijk is er ook een vijver. Elk voorjaar liggen in het moerasgedeelte grote klompen dril van de bruine kikker. Met het lengen van de dagen vult de vijver zich met een massa wriemelende zwarte kikkervisjes. Als kind lagen we uren op de rand naar die beestjes te turen en lieten we (stiekem) de barbies er tussen zwemmen. In het ondiepe gedeelte van de vijver konden we ook het gedrag van stekelbaarsjes observeren. Hoe de roodbuikige mannetjes al dansend dames hun nestje inlokten, rivalen wegjoegen en zorgden voor een constante watertoevoer voor hun kroost.

Daarnaast had mijn vader voorntjes in de vijver. Deze snelle groengrijze visjes met hun rode vinnen verstopten zich meestal tussen de waterplanten en bleven dus nagenoeg buiten beeld. Een keer in de week, op zondag, togen wij met een bakje visvoer naar de vijver. We moesten stil zijn (lastig) en dan tikte mijn vader met het schepje op een tegel aan de rand. Onmiddellijk flitsten de voorntjes te voorschijn want ze wisten wat er komen ging; een lekker hapje. Gefascineerd staarden we naar die gladde, wriemelende vissenlijven en die happende bekjes. Binnen de kortste keren was al het voer verdwenen.

Jaar in jaar uit leefden zo de voorntjes blij en gelukkig in de vijver van mijn vader. Maar ja… de titel van dit artikel beloofde natuurlijk een drama….
Al die lekkere rond gegeten vissen, dat trekt natuurlijk belangstelling en in dit geval in de vorm van een blauwe reiger. Die bezocht de vijver regelmatig en na een tijdje slonk de vissenbevolking behoorlijk. Tot er op een dag geen enkel voorntje meer kwam kijken naar het vissenvoer. Een tijdlang bleef dat zo maar mijn vader vond de vijver zo toch best wel saai en dus gingen we op zoek naar een nieuwe bevolking.


In de buurt van de Bylandt ligt een serie nieuwe kleiputten die het afgelopen voorjaar vol geregend waren. Algauw ontwikkelden er zich waterplanten en verschenen er jonge visjes…. Hoe die in de putten terecht komen? Ik vermoed dat visseneitjes en waterplanten meeliften tussen de veren van de ganzen of andere watervogels die er rondzwemmen.
Die jonge visjes nu, bleken voorntjes te zijn. Hoera! 
In de vroegte van wat een hete dag beloofde te worden, stapten mijn pa en ik, gewapend met emmer en schepnet, op de fiets.
Ondanks de lange periode van heet weer stonden de kleiputten nog steeds niet droog en was het water kraakhelder. In de open plekken tussen de waterplanten zagen we scholen jonge visjes zwemmen. Voorzichtig lieten we het schepnet in het water zakken. In eerste instantie schoten de visjes weg maar al gauw kwamen ze nieuwsgierig kijken en konden we er zo een flinke groep uitscheppen. Na drie keer hadden we zo’n vijftig visjes van diverse grootte in de emmer. We besloten dat dit wel voldoende was en liepen terug richting de fietsen.

Column van Carin

En nu komt het erge... ineens dreef er een visje op zijn rug en al gauw nog een en nog een en nog een!
Hoe kon dit? Was de emmer niet schoon? Zat er te weinig zuurstof in het water van de kleiput en waren ze al amechtig? We besloten zo hard mogelijk naar huis te fietsen om de visjes zo snel mogelijk uit de emmer te halen. Thuis gekomen, vulde ik een oude cementkuip met water en planten uit mijn eigen vijver en we lieten de visjes erin… Helaas het mocht allemaal niet baten; de een na de ander ging dood. 
En mensen, wat doen vissen dat toch dramatisch; de stervende zwaan is er niets bij. Eerst beginnen ze wat wankel te zwemmen, daarna bewegen ze zich alleen nog op hun zij voort en als dat niet meer lukt gaan ze ondersteboven hangen, wanhopig happend naar adem en dan na wat zwak gespartel zijn ze dood. 
Verschrikkelijk schuldig voelde ik me. Aan de andere kant…. De betreffende kleiputten drogen waarschijnlijk met deze hitte op en dan waren ze ook dood gegaan. Maar toch.

Later bleek dat voorntjes heel stressgevoelig zijn en vervoeren, zeker bij warm weer, vragen is om moeilijkheden. De week erop hebben we nog een poging gewaagd. Nu hadden we een hele grote diepvrieszak bij ons. We vulden die gedeeltelijk met water en planten uit de kleiput en daarna hingen we de zak in een donkere bak. Weer zwommen de visjes onbekommerd in ons netje en ik kan jullie met trots melden dat ze het deze keer allemaal overleefden.

Nu zwemmen ze rond in de heerlijk koele vijver van mijn vader en nu maar hopen dat die reiger nog steeds denkt dat daar niets meer te halen valt….

 

Klik hier voor eerdere columns van Carin