De Oude IJsselstreek
Natuur
zondag19jan2020

Mezen

Afgelopen zomer was kennelijk gunstig voor de mezen. In mijn tuin wemelt het van de pimpel- en koolmezen. Ze buitelen als kleine acrobaatjes door de takken van bomen en struiken, bungelen als ware trapezewerkers aan de uiteinden van de berkentakken en scharrelen met levendig bewegende kopjes tussen de bodembedekkers.
Dat doen ze niet voor de lol natuurlijk. Ze zijn de hele dag bezig met het zoeken naar voedsel. In de zomer bestaat dat voornamelijk uit rupsen, larven en insecten. In de winter eten ze ook nog zaden en noten.

Ik plet ’s morgens een paar walnoten voor ze en leg die op de voederplank.  Vanuit het struikgewas klinkt hun waarschuwingskreetje. Dat is geen fluittoon maar een kwetterend rammeltje. Nu weten mezen in de buurt dat er iets gebeurt.
Zodra ik weg ben duikt er een vanuit de haag in de seringenboom. Druk draaiend met zijn kopje bekijkt hij de voederplank en de omgeving. Hij hipt een paar takjes lager. Weer kijken. Dan hop, het plankje op. Hij grijpt een stukje noot met zijn snaveltje en fladdert snel de haag in. Daar begint hij heftig in te hakken op de buit.
Een volgende koolmees komt aangevlogen. Ook hij inspecteert de plank vanuit de seringenboom alleen wat minder zorgvuldig. Daalt snel af, pikt een stuk noot op en weg. De volgende vliegt gewoon rechtstreeks maar voordat hij iets heeft kunnen pakken wordt hij al verdrongen door een sterkere neef.

In de beuk wacht ondertussen een pimpelmees op zijn kans.
Voor iedereen die ze niet uit elkaar kan houden; pimpelmeesjes zijn die met het clownsgezichtje: Veel wit in het kopje, een zwarte oogstreep en een prachtig blauw mutsje op. Hij is kleiner en lichter dan de koolmees dus zodra de koolmezen weg zijn vliegt de kleine clown naar de noten toe.

Het is nu niet bepaald een harde winter dus ik heb besloten niet een hele pot pindakaas op te hangen. In plaats daarvan smeer ik elke ochtend wat tegen de paal waar de blauwe regen zich omheen slingert. De pindakaas komt daarbij diep in de holte tussen de paal en de stam van de plant. Maar elke middag is het compleet schoon gepikt.

Soms zitten er wel drie of vier mezen tegelijk tegenaan. Zo kun je pas echt zien hoe prachtig hun verenpak is. Hoe glanzend zwart de kop van een koolmees kan zijn. Hoe het witte vlak achter in de nek langzaam overgaat in het groenige grijs op de rug. Hoe exotisch blauw de slagpennen en staartveren van een pimpelmees zijn. De ontwerper die de jasjes van mezen heeft bedacht krijgt van mij een tien voor subtiliteit.
Toch zijn die kleuren geen toeval. In het voorjaar maken hun gele buikjes de mezen onzichtbaar in het lichtspel van zon en frisgroene bladeren. De witte wangetjes hebben een signaalfunctie. Volg maar eens een scharrelende mees tussen de beplanting op de grond. Pas als hij het kopje beweegt weet je weer waar hij zit.
Bij de koolmezen speelt de breedte van de zwarte borststreep een grote rol bij de paring. Hoe breder de das hoe aantrekkelijker. Bij de pimpels gaat het om de felheid van de kleuren. Hoe opzichtiger hoe beter.

Inmiddels hebben de mussen deze rijke en erg betrouwbare voedingsbron ook gevonden. Ze winnen het vaak van de mezen, vooral omdat ze in groepen optreden. De mezen hebben een geluk, de mussen hebben veel grovere snavels. Daardoor kunnen ze alleen bij het buitenste deel van het pindakaassmeersel. Dus er blijft altijd wat zitten.

Bij het uit pikken vallen er ook vaak kruimeltjes op de grond. En ja, daar verschijnt hij weer; de kruimeldief in elke tuin: de heggenmus.

Klik hier voor eerdere columns van Carin