De Oude IJsselstreek
Natuur
woensdag01feb2017

IJs!

Door: Carin Holtslag

Halverwege januari is het dan toch gebeurd; de winter is gekomen. We kunnen schaatsen! In Huissen achter de dijk liggen een aantal tichelgaten die prachtig dicht gevroren zijn. Het ijs is glashelder en daardoor kun je mooi onder water kijken.
Foto: Oda Holtslag
Kleine grijze visjes, ik weet zo gauw echt niet welke, schieten weg als onze schaduw over ze heen valt. Dan ziet mijn zusje ineens een vreemd spoor in het zand op de bodem. Het is minder breed dan een vingerdikte  en op sommige plaatsen maakt het een sierlijke krul of beschrijft het zelfs een hele cirkel. Net of iemand onder water doet wat ik op het ijs doe; rondzwieren!
In een van de geultjes ligt de dader; een zoetwatermossel. Maar hoe? Die heeft immers geen pootjes toch?
Thuisgekomen maar eens even in de documentatie en jawel mosselen hebben net als slakken één voet. Die steken ze buiten de twee schelphelften door als ze op stap willen.
We hebben nog een tijdje op onze buik door het ijs getuurd maar helaas was geen enkele mossel die dag bereid het been te strekken.

Wie wel op stap ging, was een jonge beverrat. Ineens dook hij op uit een rietkraag. Hij snelde in paniek over het gladde oppervlak en dook weg onder een wilg waarvan de wortels op hoge poten boven het ijsoppervlak uitstaken. Daar onder vandaan gluurde hij ons angstig aan.
De beverrat stamt uit Zuid Amerika en is om zijn pels ooit naar Europa gehaald. Natuurlijk zijn er een paar ontsnapt en ze hebben zich inmiddels verspreid over een groot gebied. In strenge winters  sterven echter hele populaties uit. Een Zuid- Amerikaan is over het algemeen toch ingesteld op wat tropischer omstandigheden. En inderdaad; enige dagen later trof mijn zusje twee dode jonge beverratjes aan.  

Hoe anders gaat dat met onze inheemse waterknagers; Aan de rand van de plas bevindt zich een beverburcht. Langs de hele oostelijke oever liggen omgeknaagde wilgen in het ijs vastgevroren. De bevers zijn in het najaar flink aan het werk geweest maar nu lijken ze met vorstverlet. De ingang van de burcht ligt onder de waterspiegel dus als ze er uit willen komen ze onder het ijs terecht. Dat geeft niets, ze kunnen de adem behoorlijk lang inhouden. De slimmeriken hebben vaak een twijgenvoorraad vlakbij in de bodem gestoken dus zij komen de winter wel door zonder honger.

Meer dieren in onze streken leggen voorraden aan om de barre tijden door te komen; zoals eekhoorns, gaaien en muizen. Helaas zijn er altijd soortgenoten die daar misbruik van maken en vrolijk die voorraden ten eigen bate plunderen. Zo haalt een zware periode als de winter ook nog eens het slechtste in de buren naar boven!

Maar het aller moeilijkst hebben soorten als ijsvogels, futen en aalscholvers  het nu wel. Hun eten is door het heldere ijs goed te zien maar totaal onbereikbaar! Hoe erg is dat!?

Klik hier om eerder verschenen columns van Carin terug te lezen.