De Oude IJsselstreek
(Zoog)dieren
donderdag03nov2016

En nu dan echt! (Of toch niet?)

Door: Carin Holtslag

Het is een prachtig heldere avond. De lucht is donkerblauw en de maan staat vol en rond boven ons. Over de laaggelegen weilanden onder aan de dijk drijft stilletjes een witte nevel. Kortom de uiterwaarden van de Oude Rijn zien eruit als een soort sprookjesland.
Mijn zusje en ik besluiten af te dalen over het zandpad richting de aanlegplaats van de vissersboten omdat het daar lekker donker is en je dan je eigen 'maan'schaduw kunt zien.

Dan herinneren we ons het vergeefse wachten op de bevers van enige weken geleden. En het uren rondhangen in een es bij de bevertelling van afgelopen zomer. Resultaat: nul.

Foto: Veronica Holtslag

We besluiten dus vanaf nu niet meer te praten (ja,ja) en heel stilletjes naar de oever te lopen.

Het maanlicht glanst op het water en alle planten eromheen werpen donkere schaduwen.  Dan zie ik zilverige golfjes in het verder spiegelgladde oppervlak…..Daar zwemt iets.  Vrijwel onmiddellijk hebben we een vrij groot zoogdier in het oog. En hij ons ook want hij begeeft zich snel en volkomen geruisloos tussen een paar aangemeerde bootjes. We lopen op de oever evenwijdig mee en elke keer haast het dier zich achter een volgend vaartuigje tot hij bij de laatste is. Hij kan zich nu niet meer verschuilen en zwemt snel naar het midden van het water. We verwachten dat hij nu ieder moment met zijn staart op het water zal slaan en onderduiken. Iets dat bevers doen in tijden van nood. Maar nee, deze doet dat niet. Hij peddelt eerst eens een rondje in het open stuk. We kunnen het niet echt zien maar waarschijnlijk neemt hij ons de maat. Dan ineens komt hij recht op ons toe zwemmen! We houden onze adem in. Ruikt hij ons niet? Is hij gek geworden? Of is het gewoon een overmoedig exemplaar?

Anderhalve meter voor de kant slaat hij ineens linksaf en verdwijnt daar tussen de riet- en zeggepollen. Even later horen we hem ritselend op de oever klimmen. Hij schudt zich uit en scharrelt rond in de dichte begroeiing. Dan begin hij luidruchtig te knagen. Maar kennelijk smaakt het niet echt want het is maar van korte duur. Algauw plonst hij weer in het water en kennelijk is hij de rivier ingezwommen want daarna horen of zien we hem niet meer.

En dan nu de hamvraag; Was het een bever? Het zou kunnen, want overal op de oever liggen van schors ontdane takken en takjes. Bovendien zijn een aantal vrij dikke wilgenstammetjes afgeknaagd langs het pad. Maar toch……
 Er is namelijk ook nog een ander groot waterknaagdier actief in de Rijnstrangen. Nee, het is niet de capibara maar hij komt oorspronkelijk ook uit Zuid-Amerika; de beverrat. Hij heeft de grootte van een jonge bever; iets dat klopt met onze observatie. In het donker was het moeilijk te zien maar het leek erop dat een deel van zijn achterlijf tijdens het zwemmen boven water uitstak ook iets dat pleit voor de beverrat; als een bever op snelheid is steekt namelijk alleen zijn kop nog boven water uit.

Maar een bever die niet onder duikt maar zich verstopt achter bootjes? Dat doet de deur dicht (zucht).

Klik hier om eerder verschenen columns van Carin terug te lezen.