De Oude IJsselstreek
Bloemen & Planten
maandag31jul2017

Een prikkelend verhaal...

Door: Carin Holtslag

“Distels maaien is distels zaaien
Distels steken is distels kweken
Distels trekken is verrekken”

Aldus mijn opa en het zegt genoeg: Boeren en tuinders houden niet van distels.

En u deelt vast zijn mening want iedereen is wel eens vol op zo’n geniepig in het gras verstopte rozet van een eenjarige distel gestapt. Au!

Maar deze planten hebben nog een paar andere nadeeltjes;
Ten eerste; ze produceren bakken vol zaad. Toen de Loowaard aan de natuur werd gelaten kleurde het naastgelegen dorp in de loop van de zomer wit van het zaadpluis van de akkerdistel. Gelukkig was het vrij zware zaad er al afgevallen anders waren de keurige moestuinen veranderd in stekelige wouden.
En dan heb je een probleem want zoals je uit het spreukje kunt opmaken helpen maaien, steken en trekken niet. Omdat akkerdistel een pionier is houdt hij van verstoorde, omgewoelde grond. Daarin kan het zaad gedijen. In de natuur te vinden na een overstroming, of op een oude krabplaats van een stier of simpelweg in een molshoop. Beschadigingen van het wortelstelsel (bij trekken en steken) resulteren alleen maar in extra aanmaak van nieuwe planten.

Is er dan niets tegen te doen?
Jawel: niets! 
Maar ja, ‘afwachten’  daar zijn wij nogal slecht in.

Gelukkig gedijen de meeste distels niet lang op een en dezelfde plaats. Daarom maken ze ook zoveel zaad om telkens nieuwe plekken te kunnen koloniseren: plekken met kale grond; akkers (!) bijvoorbeeld  of pas omgespitte tuinen!  Dat zijn de ware distelparadijzen.
Is een stuk grond niet meer in bewerking dan wordt al gauw de vegetatie dichter. De kale plekken raken bedekt met bijvoorbeeld een grasmat en het distelzaad krijgt letterlijk geen voet meer aan de grond. De distels die er nog zijn verdwijnen uiteindelijk vanzelf tengevolge van infectieziekten of omdat ze alle voor hen belangrijke voedingsstoffen uit de grond hebben gehaald.

Het uitroeien van distels is dus helemaal niet nodig en het zou ook heel jammer zijn want er zitten ook hele mooie kanten aan deze planten, echt waar!

Wel eens langs een pol akkerdistel gelopen op een warme dag? De honinggeur die er vanaf komt is werkelijk bedwelmend. En dat lokt een keur aan insecten. Bovendien zorgt zo’n horst (zo wordt een verzameling van deze planten genoemd) voor schuil- en broedplaatsen voor bijvoorbeeld egels, muizen en vogels die laag bij de grond broeden zoals kneu, grasmus en braamsluiper.

Bij ons langs de Rijn heb je verder echte schoonheden als de kruldistel met zijn in groepjes geplaatste hardroze bloempjes of de speerdisteIVN De Oude IJsselstreekl waarvan de bladeren uitlopen in een indrukwekkende speervormige punt mét een venijnige stekel erop, dat dan weer wel. Het blijft een distel natuurlijk.

Verder vind je langs de rivierloop de wilde kruisdistel. In tegenstelling tot andere distels bloeit hij wit. Vaak groeien planten als rolklaver, knolboterbloem en akkerhoornbloem onder deze plant waarvan de stekels ze beschermen tegen vraat van grazers. In de herfst komen de verdorde kruisdistels los en worden meegenomen door de wind. Al rollebollend over de grond verspreiden ze dan hun zaden.

IVN De Oude IJsselstreek Mijn favoriete stekelige schoonheid is de knikkende distel (zie foto). In het eerste jaar maakt hij een prachtige rozet. In het tweede jaar groeien er stengels uit met daaraan grote ( tot 7,5 cm!) volle bloemhoofdjes met een kroontje van stekels. Doordat ze sierlijk omlaag hangen hebben ze wel wat van een zedige jongedame (uit een vorige eeuw natuurlijk). Is de distel uitgebloeid dan lijken de hoofdjes op een juffer waarvan de verwaaide haren onder de muts uitpiepen.

Veel  distels produceren nectar in overvloed. Op mooie, zonnige dagen worden de distelkroegen druk bezocht door allerlei hommels, bijen, zweefvliegen en tal van vlinders. Sommige soorten hebben een voorkeur voor bepaalde distels terwijl andere gewoon bij de dichtstbijzijnde aanschuiven.
In de herfst echter wijzigt het assortiment. De drank is op! In plaats daarvan serveren de distels dan zaden. En dat zorgt voor een heel nieuwe klantenkring. Vogels als kneutjes, ringmussen, groenlingen en natuurlijk de putters weten dan hun weg te vinden en profiteren van het rijke aanbod van de distels.

Van mij hoeft u uw tuin nu niet vol te zetten met distels maar mocht er eentje opduiken op een niet al te lastige plaats…..geef hem een kans!

Klik hier voor de andere columns van Carin.