De Oude IJsselstreek
IVN
dinsdag25jun2019

Braaf?

Ik weet niet hoe het u vergaat maar ik ben altijd onder de indruk als ik een keizerlibel zie. Ten eerste is hij natuurlijk groot; 8 centimeter, dat is langer dan mijn wijsvinger. En met een spanwijdte van zo’n 10 centimeter is hij bovendien zo breed als mijn hand. 
Daarnaast heeft hij prachtig felle kleuren en is het een behendige, krachtige vlieger. Ten slotte boezemt hij nog meer eerbied in als je bedenkt dat dit “model” al miljoenen jaren oud is. Al voordat er dino’s rondzwierven op onze aarde had je een soort van reuzenlibellen met spanwijdten tot 75 centimeter. Dat is eng groot vind ik. Te meer als je je realiseert dat ze niet uitblinken in fijnzinnig gedrag. 

Ooit had ik een paar mooi gevormde takken rechtop in de tuin gezet als plantensteun en als winter ”versiering”.  Hier maken diverse libellesoorten gebruik van. Ze gaan er zitten wachten op nietsvermoedende lekkere hapjes. Zodra er iets voorbij komt vliegen slaan ze toe. Ze zijn daarbij helemaal niet kieskeurig. Bijen, kevers, wespen, vlinders ja zelfs soortgenoten verschalken ze in een soort kooivormig vangmechanisme.

Hun larven, die onder water leven,  zijn al net zulke geduchte jagers. En even doortrapt. Zo hebben veel soorten een vangmasker. Dat kunnen ze onverwacht snel én ver uitklappen om een onbekommerd langs zwemmend slachtoffer te grijpen (er zijn filmpjes van op YouTube). Kortom bij de familie libelle zaagt men van dik hout planken.

Zeker voor wat betreft het liefdesleven. Dat bepaald niet hoffelijk te noemen is.
De mannetjes houden zich op in de buurt van het water en grijpen elke langsvliegende dame in volle vlucht, of ze er nu om gevraagd heeft of niet. 
Op hun achterlijf zit een soort tang en die klemmen ze achter de kop van het vrouwtje. Ze kan nu niet meer ontsnappen. # MeToo? Niet in de libellewereld! 
Tijdens de paring haalt het mannetje eerst het eventuele sperma van een vorige vrijer uit het lichaam van het vrouwtje alvorens er zijn eigen zaad in te deponeren. Om te voorkomen dat ze “vreemd gaat” probeert hij haar in de tang te houden  tot ze alle eitjes gelegd heeft. Deze houding heet het paringswiel  en het is vaak hartvormig , dat dan weer wel.

Daarna gaan ze beiden weer op jacht want ja zo’n heftige vrijpartij vreet natuurlijk energie.
De dames vliegen zover mogelijk bij het water vandaan om niet voortdurend door opdringerige kerels meegesleurd te worden. Als zich in haar lichaam weer nieuwe eitjes hebben gevormd stort ze zich opnieuw in het paringsgewoel.

Dat kan natuurlijk niet lang goed gaan en na een paar weken is het gedaan met de pret en leggen ze alle moe en versleten het loodje.

Ondertussen  loeren de eerste larven onder water al naar slachtoffers. Sommige libellesoorten maken daar tot drie jaar lang de omgeving  onveilig.  Dan op een nacht kruipen ze tegen de stengel van een waterplant omhoog. Daar breken ze uit hun laatste pantser; uitsluipen heet dat. Het kost een aantal uren voordat alles is opgepompt en uitgehard  en dan gaat het volwassen insect op zoek naar prooi en partners. 

Bij dit alles vraag ik me af; Zou de bedenker van de naam van het brave damesblad maar iets geweten hebben van deze excessieve levenswandel?

 

Klik hier voor eerdere columns van Carin