De Oude IJsselstreek
Vogels
zaterdag26aug2017

Bende

Door: Carin Holtslag

Naast dat er op dit moment enorme groepen huis- en boerenzwaluwen boven ons dorp zwieren hebben ook de mussen zich dit jaar flink vermenigvuldigd. Hoe ik dat weet? Uit het ledental van de jeugdbende die zich ’s middags op mijn tuin stort.

Eerst hoor ik wat eenzaam vleugelgefladder van een ‘verkenner’. Hij daalt neer in de kardinaalsmuts en bespiedt vanuit het dichte bladerdek mijn oude moestuin. Mussen hebben natuurlijk geduchte vijanden als katten en sperwers; die lusten wel een lekker mussenboutje.
Door in groepjes te opereren is er altijd wel een paar scherpe zwarte oogjes dat een sluipende kat heeft gezien. Een korte waarschuwing en iedereen hipt wat hogerop om van daaruit uitdagend snaterende geluidjes te maken zoiets van pak-me-dan-als-je-kan. De kat loopt verder; balend als een stekker.

Een sperwer dat is andere koek. Als die plots door de tuin zoeft breekt algehele paniek uit. De mussen schreeuwen letterlijk van angst en duiken zo diep mogelijk tussen de takken om buiten bereik van de graaiende klauwen te blijven. Is de sperwer weer weg (met of zonder buit) dan blijft het even heel stil. Dan tsjilpt het eerste brutaaltje en een tweede antwoordt, dan nog een derde en vervolgens begint de hele kolonie opgewonden door elkaar te kwetteren. Alvorens weer over te gaan tot de orde van de dag zoals het plunderen van een moestuin.

De verkenner roept-tsilpt wat en al gauw verschijnen de snelste leden van de ‘gang’ gevolgd door meer en meer grauwgevederde vriendjes. Ook nu breekt een enorm gekrakeel uit in de struiken.

Ik stel me zo voor dat ze elkaar op zitten te jutten. Zo van:
Mus 1: “Hé, een moestuin!”
Mus 2: “Hmmmm ja, er staan lekkere dingen in.”
Mus 3:  “Je moet nooit in open stukken gaan.”
Mus 2: “Ha hah ,moet je hem horen. Schijtlaars!”
Mus 3:  “Nou ga jij dan?”
Mus 1: “Zie nu wel, jij durft ook niet!”
Mus 2: “Puh, best wel!”
Mus 3: “O ja! Doe dan?!”
Mus 1: “Weet je wat? Laten we samen gaan, wie gaat er mee?”

Even is het stil en dan duiken de dappersten vanaf de kardinaalsmuts in de wilde bloemenstrook aan de rand en beginnen triomfantelijk om zich heen te pikken (ik neem aan naar zaadjes en insecten). Meer en meer kameraden storten zich er nu op en ik ben heel blij dat er geen sla staat. De kleine vandalen hadden er niets van overgelaten, ben ik bang.

Ondertussen verandert het kale stuk van de oude tuin in een kraterlandschap vol opvliegend zand en stof. Een aantal bendeleden neemt daar een droog bad. Het gaat er wild aan toe. Veel gefladder van vleugeltjes maar ook gepik en gesnater, want iedereen verjaagt iedereen uit de beste kuiltjes. Op het laatst bemoeit de hele bende zich met de slag om de kraters. En niemand let meer op. Als nu de sperwer komt maakt hij gerede kans op een lekker stukje mussenvlees…

Plots fladdert een deel van de groep op en vertrekt onder luid geschetter. De zandbadende achterblijvers kijken wat verdwaasd om zich heen en vliegen dan ook maar weg.
De rest is inmiddels en masse geland op de aflopende oever van de vijver om met veel gespetter en getater (natuurlijk het blijven mussen) het stof af te spoelen.

Als dat gedaan is installeert men zich in de beukenhaag en daar wordt het verenpak weer enigszins gefatsoeneerd. Op een voor mij niet waar te nemen teken vliegt ineens de hele groep op om te vertrekken; op naar een volgend avontuur.

Er daalt een vreemde rust over de tuin. Een merel komt aanvliegen en begint bedaard aan zijn eigen badritueel.

Foto: Gerrit van Alst IVN De Oude IJsselstreek column van CarinKlik hier voor eerdere columns van Carin.