De Oude IJsselstreek
Natuur
vrijdag23nov2018

Beeldvorming

Iedereen die wel eens in de buurt van water komt, kent ze. Ze staan op takken, boeien, boten en bakens met de vleugels wijd. Als  potloodventers met de jas open. Het ziet er best belachelijk uit,toch? Waarom zou je zoiets doen?
Aalscholvers (want daar gaat het over) zijn viseters die onder water op jacht gaan. Dan is het natuurlijk handig dat je niet al te goed blijft drijven. Veel watervogels smeren een soort vet op hun veren om ze waterafstotend te maken. In verband met een beter “zinkvermogen” doen aalscholvers dat niet. Als ze dus klaar zijn met hun werk gaan ze op een zonnige plek staan met de vleugels van zich af. Zo laten ze hun pakkie weer drogen. En ja, dat heeft iets schunnigs.

Veel vissers haten aalscholvers maar om een andere reden. De vogels zijn namelijk in staat om hele vijvers van vis te ontdoen. Ze worden daarbij trouwens wel vaak geholpen door langbenige handlangers.
Het gaat als volgt. Een groep aalscholvers strijkt neer op een plas of vijver. Een deel duikt onder om vis vanuit de diepte naar boven te jagen. De groep aan de oppervlakte vergrijpt zich er gulzig aan. Dan is het de beurt aan de onderduikers om boven te blijven en gaan de anderen naar beneden om meer vis op te jagen. Zo drijven ze om en om de paniekerige scholen vis steeds verder  in de richting van de oever. Daar zijn de ontsnappingsmogelijkheden nog kleiner en wie staan daar dan om mee te eten? Precies! Reigers. Soms zijn er ook nog meeuwen van de partij. Kortom na zo’n banket rest er voor de vissers niets dan lege haakjes….

Column van CarinDat is natuurlijk heel spijtig maar voor de natuur is dit niks erg.
Een visloze vijver is namelijk een paradijs voor bijvoorbeeld salamanders. Hun eitjes zijn dat voorjaar veilig voor vissenvraat. Deze toestand is echter maar zeer tijdelijk wat dan weer fijn is voor de vissers.
Watervogels die van de ene plas naar het andere water gaan nemen van alles mee aan poten en veren; onder andere visseneitjes. Die komen dan tot ontwikkeling en vormen zo nieuwe scholen. Alleen duurt het even voordat ze  een mooi gewicht hebben. Maar vissen op spierinkjes daar vinden vissers niks aan dus zetten ze vaak grotere exemplaren van elders uit. 

Terug naar onze zwartjassen. Hoewel zwart? Als je  de kans krijgt aalscholvers in broedkleed te bewonderen dan zie je dat ze groenglanzende veren hebben en vleugels met een schubpatroon erop! Als extraatje een witte broedvlek boven de poten, felgele mondhoeken en het geheel wordt afgemaakt met een paar schitterende smaragdgroene ogen. Best elegant eigenlijk.

Ze broeden in kolonies. Het liefst in bomen die op een eiland of in ieder geval aan een waterkant staan. Zo zijn ze veilig voor ongenode gasten.
Eind februari begin maart bouwen ze er een takkennest. Daarbij moeten ze goed kijken waar precies ze onder de bovenburen terecht komen. Met de riolering is het in een aalscholver kolonie namelijk slecht gesteld. Iedereen poept gewoon over de rand van het nest. 
Dit heeft grote gevolgen voor de boom en zijn omgeving. Binnen de kortste keren ziet alles wit van de mest en uiteindelijk sterven alle planten door verzuring of verbranding. Na een paar jaar staat de hele zaak op instorten en verhuist de kolonie naar een nieuwe plek. Huurders die hun huis uitwonen en dan met stille trom vertrekken. Dat is dan weer wat minder netjes.
Maar ook dit is niet onherstelbaar. Op de verlaten woonplaats groeien binnen de kortste keren weer planten en ooit vast ook een nieuwe wilg die geschikt is voor aalscholvernesten.

Deze droge zomer zal onze vrienden geen goed hebben gedaan. Veel poelen en kleiputten kwamen zonder water te staan en overal lagen dode vissen. Reigers en meeuwen wisten daar wel raad mee maar aalscholvers halen hun neus op voor aas, die gaan alleen voor vers. 
En als het geen vis is dan maar jonge ….watervogels. He bah! Dat is nou weer niet aardig!

Ik ben er dus niet uit: Vind ik aalscholvers nu leuk of niet? Wat vind u?

Foto's: Jan van Alst en Fred van den Heuvel

Klik hier voor eerdere columns van Carin