Reinie over

Ieder jaar in de winter wordt door leden van de Vlinderwerkgroep Fryslân en twee medewerkers van de Vlinderstichting gezocht naar eitjes van de sleedoornpage, een mooie, zeldzame en bedreigde vlinder in Nederland. Daarom is het van belang om de populatieontwikkeling te volgen. De vlinders zelf zijn moeilijk waar te nemen omdat ze een verborgen leven leiden; ze zitten hoog in de bomen. De eitjes zijn in de winter vrij gemakkelijk te vinden. Deze zijn wit met schubjes en ongeveer 1 mm. groot en steken goed af te gen het donkere sleedoornhout. Ze zitten meestal in de bladoksels. Het lijken net mini-zeeëgeltjes. Bij Wolvega zijn de meest noordelijke gebieden waar eitjes worden gevonden (bij de ijs- en skatebaan, rond de sportvelden en in de buurt van De Tuinen). In 2015 vonden we 54 eitjes, in 2016 in totaal 9 en dit jaar helaas géén enkel eitje. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het kapbeleid. Vooral rond de ijsbaan was er rigoureus sleedoornopslag en andere bomen en struiken weggehaald, ondanks afspraken met de gemeente. De sleedoornstruiken bij de sportvelden waren niet gesnoeid, maar ook daar geen eitjes. In Steenwijk lijkt de situatie beter. Daar werden in 2015 1915 eitjes geteld; vorig jaar 1011. Dus ook hier een teruggang. Van dit jaar is de telling nog niet binnen. Dit is een landelijk beeld. Sinds de eerste ei-tellingen in 1998 worden er ruim 90% minder eitjes gevonden. En de verspreiding is sinds 1990 ruwweg gehalveerd. Er is weliswaar uitbreiding op een paar plekken maar de hoge aantallen op de Veluwerand en in Zuid Limburg van vroeger zijn voorbij. Het lijkt er op dat we volgende jaar niet weer naar Wolvega hoeven te gaan, HELAAS.

foto': Avion Eizenga