De Lege Midden
Paddenstoelen
zaterdag24sep2016

Paddenstoelen excursie - hoe was het

Paddenstoelen excursie Ketliker Skar op 24 september ’16

En nog steeds was het stralend weer, na een maand van warmte, zon en droogte. Dus was het nog maar de vraag of er wel – genoeg – paddenstoelen aanwezig waren om de naam paddenstoelen excursie te mogen dragen.

Ondanks de aanhoudende droogte gaat deze excursie toch door, en gelukkig maar, want Gosse Haga heeft niet alleen kennis van paddenstoelen, maar nog van veel meer zaken in de natuur. En ook daarover kan hij prachtig vertellen en heeft hier en daar mooie verhalen. We zijn met vijf leden van De Lege Midden en krijgen gezelschap van 9 personen van de jeugdbegeleidersgroep in opleiding. Dat is mooi.

We starten bij het Beekpronkje, informatiecentrum van It Fryske Gea en daar staan, fier naast het centrum, al een paar zwavelkopjes, behorend tot de groep opruimers. Deze verkrijgt zijn voedsel van dood hout. Tegen een houten paaltje staat een oud, redelijk verschrompeld, groepje en ongeveer een meer verder in het gras staan glanzend nieuw, jongere exemplaren.

Ondergronds is er een netwerk van schimmeldraden, waarvan de paddenstoelen het vruchtlichaam vormen. Als de schimmeldraden genoeg voedsel verzameld hebben, vormen zich paddenstoelen.

Gosse meldt dat paddenstoelen in 3 groepen voorkomen: opruimers, parasieten en samenwoners. De eerste groepen halen hun voedsel uit dood hout en bladeren e.d. Opruimers.

De tweede soort zijn de parasieten. Leven op elkaar, waar we later een goed voorbeeld van zien. En ook op levend hout, waar we later ook een voorbeeld van zien.

Afgeplatte stuifzwamWe lopen een open gebied in dat gortdroog is. De mossen zijn al verdroogd. Maar hier en daar zien we toch paddenstoelen. Allereerst laat Gosse ons het pijpestrootje zien. Nou denk je, ja hoor, dat is toch geen paddenstoel…. Nee, maar hij laat ons daarop zien, heel kleine frutseltjes daaraan, schimmels. Het moederkoren. En ook vertelt Gosse daarbij een mooi verhaal: Namelijk, dit moederkoren is giftig. Het werkt halucinerend. Vroeger zat dit moederkoren ook op graan. Men bakte van het graan brood, daar gingen de mensen niet alleen van hallucineren, er stierven ook veel mensen door. Bijna alle inwoners stierven daardoor.  In vroegere tijden werd moederkoorn vaak gebruikt om een abortus op te wekken. Vaak stierf niet alleen het embryo maar ook de moeder, vandaar de naam moederkoren.

Lopend door een bedding in het open gebied is het wat langer vochtig geweest en daar komen we pitrus tegen, waar op het bruine bolletje rond de steel, een wit dingetje zit. Hier is een motje uit gekomen. We zien de berkenboleet, dit is een samenwoner. Met de berk. Samenwoner profiteren van elkaar. Via de schimmels van de paddenstoel krijgt de berk voedsel en de berk levert suikers, die de paddenstoel zelf niet maken kan. We komen ook nog een bijzondere sporenplant tegen: de moeraswolfsklauw.

Het schimmelnet is er eerst en kan jarenlang sluimeren. Bijvoorbeeld door droogte. Wordt het weer vochtig dan gaat hij eerst voedsel verzamelen en dan vormt zich het vruchtlichaam, de paddenstoel. We zien de ronde zonnedauw.

rond zonnedauwEen bijzondere plant die vliegjes en dergelijke vangt met zijn plakkerige blaadjes, de vliegjes blijven plakken aan de blaadjes. Deze blaadjes bevatten enzymen die het vliegje een beetje oplossen en zo kunnen de blaadjes dit opnemen. Enkelen pakken hun loepje om het beter te kunnen bekijken. Opeens roept iemand, oohhh wat is dit prachtig. Wat zie je dit mooi door de loep. Ik ga ook een loepje kopen. En dat is handig natuurlijk. Zeker als je in opleiding bent tot jeugdbegeleider.met een loep zie je het nog beter

We gaan weer verder. De zandpad vezelkop komen we tegen, een paddenstoel. Dit is weer een samenwoner, met een wilg of een berk. Deze staat tussen miniberkjes. Dit open gebied wordt regelmatig gemaaid of begraasd om het open karakter te behouden. We lopen tegen het roodbruin trechtertje aan, een opruimer-paddenstoel. En dan heel kleine paddenstoeltjes op een tak: het roodwasbekertje en het gedrongen mollicia op één tak. Heel kleine paddenstoeltjes die we door een loepje bekijken. Mooi! Later nog het zandkaalkopje. Deze wordt gerekend tot de paddo’s. Waar er 120 soorten toe behoren. We zien nog de waaierbuisjeszwam dat overwegend op beukenhout leeft. Een opruimer.

Iemand wijst naar een paddenstoel, kijk eens Gosse, wat is dit?
Gosse zegt, verderop meer, daar is iets interessants. We lopen verder, en iemand meldt: Dit is een cliffhanger. Iedereen lacht.

Dan komen we bij een groepje paddenstoelen. Gosse meldt dat dit de gewone hertenzwam is. Vroeger geloofde mens dat – als je dit aan vee geeft – deze dieren bronstig werden. In Zweden eten rendieren van bepaalde paddenstoelen en dan wordt het vlees giftig. Ook is geconstateerd dat het vlees van de herten nog steeds radioactief is. Oei. Wat blijkt: radioactieve stoffen zijn tijdens de ramp van Tsjernobyl verspreid over Europa. In Zweden is dit in de schimmels gezakt, de paddenstoelen zijn daardoor besmet. Vandaar.

We komen ook nog een boom tegen waarin een zwerm hoornaars een spechtennest gekraakt hebben. Verderop laat Gosse ons een dood bruin hulstblaadje met allemaal stippeltjes zien en zegt: als je in één keer veel paddenstoelen moet verzamelen, haal dan zo’n blaadje dan heb je in één keer zo om en nabij 200 paddenstoelen. Dit is namelijk het hulstschoteltje. Daarna zien we de geel-witte russula. Deze woont samen met bomen. We zien de roestbruine kogelzwam en de roodporiehoutzwam.

En een lid van de parasietengroep: de kostgangerboleet. Gosse begon in 1982 met paddenstoelen, toen was deze soort bijna nog niet in Friesland. Nu bijna overal.

Gosse wijst naar een groepje paddenstoelen en meldt dat dit een groepje  gele aardappelbovisten is met in het midden een kostgangersboleet, die op de gele aardappelbovist parasiteert. De enige boleet in Friesland die parasiteert.

Tot onze verwondering komen we nog een roedel damherten tegen, waarvan er helaas één mank loopt. Ze zijn niet erg schuw en gaan niet snel weg. Maar die ene heeft het er moeilijk mee en als ze ziet dat wij niet naderbij komen, blijft ze waar ze is.

En nu de uitsmijter: Gosse laat ons de echte tonderzwam zien en komt weer met een mooi verhaal: In een smeltende gletsjer is een lichaam - ijsmummie - gevonden van een man, van ongeveer 45 jaar, die daar al 5300 jaar lag. Hij werd Otzi genoemd. Hij had een zak bij zich waar een tonderzwam, een stukje pyriet en een steen in zat. Hiermee werd vuur gemaakt. Hij sloeg met de steen op het pyriet, dit vonkte en dan sloeg er een vonkje op het materiaal van de tonderzwam, zo maakte hij vuur. Ook had hij om zijn pols een berkenzwam gebonden. Lang heeft men gezocht naar de reden. Wel, in die tijd hadden mensen vaak last van de darmparasieten en wormen. Kennelijk beet hij nu en dan een stukje van de berkenzwam en het gif hielp tegen de wormen.

We lopen hierna weer richting informatiecentrum. Wat hebben we ondanks de droogte toch nog veel paddenstoelen gezien. En ook de vaak bijzondere planten met al  die mooie verhalen. Gosse, je hebt ons een prachtige ochtend bezorgd. Een mooie dag was dit weer!

 

Avion Eizenga
Foto’s Avion Eizenga