Big 5 van De Bilt

Het landschap binnen het werkgebied van IVN De Bilt is bijzonder divers. Het bevindt zich op de overgang van het Laagveengebied van het Noorderpark, het rivierengebied van de Kromme Rijn en de dekzandgebieden van de Utrechtse Heuvelrug. In dit afwisselende landschap met bossen, landgoederen, moeras- en weidegebieden tref je een grote verscheidenheid van soorten aan. Sinds 1968 zet IVN De Bilt zich in om dit waardevolle landschap onder de aandacht te brengen en te beschermen. Ter gelegenheid van ons 50-jarig jubileum hebben we een lijst opgesteld met vijf karakteristieke soorten van dit prachtige gebied: De Big five van De Bilt!
 

DasDe das, de grootste marterachtige van Nederland, is een sterk beest met een kenmerkende zwart-witte tekening op de kop. De das woont met zijn familie in een burcht, het liefste hoog en droog, maar wel in de buurt van weilanden met sappige regenwormen, zijn belangrijkste voedselbron. De Bilt ligt op de overgang van de droge Heuvelrug in het oosten en de lage vochtige weilanden in het westen, hier voelt de das zich thuis. Dit is niet altijd zo geweest, in 1980 ging het slecht met de das, door jacht en versnippering van zijn leefgebied. Dankzij strenge vele beschermingsmaatregelen, zoals de aanleg van faunapassages onder wegen, gaat het nu weer beter met de das; in de bossen rond De Bilt leeft nu een flinke populatie van zo’n 150 dieren: een compliment voor de regio De Bilt!

raafDe raaf is de grootste vogel uit de familie van de kraaien. De raaf is karakteristiek voor uitgestrekte bossen en heidelandschappen. In het verleden had de raaf een slecht imago en werd gezien als een brenger van ongeluk, hij werd bejaagd en verdween uit Nederland. Dankzij een herintroductieproject op de Veluwe in de jaren 70 zijn de raven weer terug in Nederland. Ze leven nu ook op de Utrechtse Heuvelrug en zelfs in onze regio, zoals de Ridderoordse bossen en Beerschoten. Raven zijn partners voor het leven, elk paar gebruikt steeds hetzelfde nest waardoor in de loop der jaren een machtig bouwwerk ontstaat. Zie je een raaf vliegen? Let dan goed op zijn luchtshow . Raven zijn magnifieke vliegers die zich in de baltsvlucht bijna helemaal omdraaien. De Groene glazenmaker is een zeldzame libellesoort die rondvliegt in onze regio. Groene glazenmakers zijn grote libellen, ongeveer 7 centimeter lang, met prachtige blauwe en groene kleuren. Ze zijn vernoemd naar de glazenmakers van vroeger, wanneer zij een ruit repareerden dan droegen zij het glas op de rug waardoor het net vleugels leken.

Groene glazenmakerDe Groene glazenmaker legt haar eitjes slechts in één plantensoort, de krabbenscheer. Deze plant groeit graag in schoon water, bijvoorbeeld in de laagveengebieden ten westen van De Bilt en in kwelwater, zo ook op enkele plekken in het Noorderpark! Denk je er een te zien? Ze worden makkelijk verward met de Blauwe glazenmaker. De Groene glazenmaker heeft twee stippen per segment, bij de Blauwe glazenmaker zijn deze stippen op het laatste segment versmolten tot één bandje.
 

Rode BeukDe machtige Rode beuk met haar rode bladeren en gladde grijze stam is karakteristiek voor de landgoederen in onze regio. Het hebben van rode bladeren is een zeldzame afwijking bij gewone beuken die af en toe in het wild te vinden is. Door de kweek konden beuken met een volledige rode kruin gekocht worden. Landheren bemachtigden graag deze zeldzame verschijning om te laten zien dat ze welgesteld waren. Bij beuken valt op dat er nauwelijks ondergroei is. De lange takken beschermen de stam van de boom tegen het zonlicht. Door deze dichte kroon bereikt ook maar weinig licht de bodem en samen met het looizuurrijke blad remt dit de groei van planten. Wanneer je door een beukenlaan loopt en je ziet een omgevallen boom, dan kunnen zijn buren ook snel volgen door zonnebrand op de stammen.

ringslangDe ringslang is een van de drie soorten slangen in ons land, naast de adder en de Gladde slang. De ringslang is goed te herkennen aan de gele vlek achter zijn hals. Hij kan er indrukwekkend uitzien met een lengte van meer dan een meter, maar geen zorgen, het is een ongevaarlijke slang die erg gesteld is op zijn rust. In waterrijke gebieden kun je ze in de zon zien opwarmen of in het water zien zwemmen, bijvoorbeeld langs de Kromme Rijn of bij poelen op onze landgoederen. Om eieren te leggen is de ringslang afhankelijk van warme en vochtige plekken. In de natuur zijn er niet zo veel van deze plekken meer, daarom worden er vaak speciale broeihopen aangelegd. Ook IVN De Bilt bouwt regelmatig samen met kinderen broeihopen om de ringslang een handje te helpen.