Witte paardenkastanje

Aesculus hippocastanum

  • Bloei: wit, opstaande pluimen, mei/juni
  • Blad: handvormig, donkergroen, 20 cm
  • Vruchten: gestekelde bolster met 1 tot 3 glanzende bruine kastanjes (niet eetbaar)
  • Bijzonderheden: drachtboom voor bijen

Het oorspronkelijke areaal van de witte (of gewone) paardenkastanje is het Aziatisch deel van Turkije. De paardenkastanje is vanuit het gebied rond Constantinopel, het huidige Istanboel, in West-Europa ingevoerd in het midden van de 16e eeuw. Dat is voor het eerst gebeurd door een Nederlander genaamd Bousbecke, die als gezant in dienst was van de Duitse keizer bij de Osmaanse sultan. Hij heeft destijds ook de sering en een aantal bolgewassen, waaronder tulpen, uit die mediterrane streken in West-Europa geïntroduceerd. Witte paardenkastanjes zijn veel aangeplant in Nederland, vooral als straatboom. Let eens op de draaiende stam van deze boom. Hij is ook te herkennen aan flinke, plakkerige knoppen, dikke twijgen en bladeren met 7 bladen aan één bladsteel. In de bloemknoppen zit een soort antivries, waardoor ze tegen vorst beschermd zijn. Onder de bladknoppen zit een litteken, dat op een hoefijzer lijkt, vandaar waarschijnlijk de naam paardenkastanje maar vroeger werd in Turkije de kastanje aan de paarden gevoerd. Het hielp tegen de hoest. De kastanje is bitter en licht giftig. Niet geschikt voor de mens. In het voorjaar bloeit de boom met kaarsvormige, prachtig grote, witte bloemen. Daar komen veel insecten op af, waardoor deze boom bijdraagt aan de biodiversiteit in het stedelijk gebied.