Tamme kastanje

Castanea sativa

  • Bloei: roomkleurige katjes, geurende bloemen, juni/juli
  • Blad: langwerpig, leerachtig dun, van boven glanzend donkergroen
  • Vruchten: stekelige bolster met 23 noten (eetbare kastanjes)
  • Bijzonderheden: pollen en nectar worden veel verzameld door bijen, kevers en vliegen

Oorspronkelijk komt de tamme kastanje uit Zuid-Europa. Volgens een lang bestaande legende zouden de Romeinen de soort hebben meegenomen tot het noorden van de Alpen. Er zijn ook aanwijzingen dat de boom al tijdens de Late IJzertijd (ca. 200 v. Chr.) hier voorkwam. De bloeiwijzen zijn katjesdragende rechtopstaande, lange scheuten, dicht bezet met toefjes mannelijke bloemetjes met witte meeldraden, die een zoetig weeïge geur verspreiden. Tijdens de bloei gaan de bloeiwijzen steeds meer hangen. De napjes groeien na kruisbestuiving uit tot een stekelige bolster, waarbij de twee of drie vruchtbeginsels zich ontwikkelen tot een noot, de bekende eetbare kastanjes. De tamme kastanje produceert ontzettend veel pollen en nectar, die verzameld worden door bijen, kevers en vliegen. Maar de productie van pollen is zo groot dat de helmknoppen ook heel veel pollen aan de lucht afgeven en in dat opzicht is de tamme kastanje ook als windbestuiver te betitelen.