Bernheze
Duurzaamheid
dinsdag17nov2020

Vrijwilliger aan het woord: John Davies

Vanuit je keukenraam het wel en wee kunnen volgen van de steenuilen op je erf die druk in de weer zijn met het voeden van hun jongen, wie wil dat nou niet? Of zelfs misschien een kerkuil in de schemering zien vliegen terwijl je net de deur uit stapt om de hond uit te gaan laten. Over de nestkasten voor deze soorten vertelt vrijwilliger John Davies (rechts op bovenste foto) van de Uilenwerkgroep Heeswijk-Dinther graag meer.Uilenwerkgroep1

Hoe het begon 


De uilenwerkgroep is zo’n acht jaar geleden ontstaan door een samenwerking tussen Harrie van den Berg (middelste foto links) van de plaatselijke wildbeheereenheid en John als vrijwilliger van IVN. Door hun eigen netwerk hadden ze zo enkele tientallen nestkasten in de buurt hangen. Snel zijn ze op zoek gegaan naar uitbreiding van hun werkgroep. Nu controleren ze met vijf vrijwilligers, 81 (!) nestkasten. Daarvan komen elf nestkasten voort uit het ErvenPlus project.

Uilenwerkgroep2

Rommelig of opgeruimd? 


De kerkuil en steenuil voelen zich niet overal zomaar thuis. Het bepalen van de plek waar de nestkast komt te hangen is echt maatwerk. De eerste vraag die John zichzelf stelt als hij langsgaat op een erf is: Is het rommelig of opgeruimd? Rommelig is juist goed - fijn hè? -  want daar voelen de muizen zich veel meer thuis. En ja, daar zijn onze uilen weer gek op!
Niet alleen rommelig is belangrijk, maar groen is dat ook. Zo moet een erf dus niet helemaal kaal zijn. Een voorbeeld is een nieuw ErvenPlus-erf waarbij meerdere huizen op de locatie van een voormalige boerderij zijn gebouwd. Daar is het nu nog veel te kaal, de beplanting moet eerst groeien. Over een paar jaar is het misschien pas geschikt voor een uil. Uilenwerkgroep3

Maatwerk


Samen met de bewoners loopt John een rondje over het erf. Hij let er dan ook op of er bij de buren niet toevallig al een uilenkast hangt. Want de uilen zitten niet graag zo dicht bij elkaar. Verder kijkt John of hij vlakbij paarden of koeien ziet lopen. Steenuilen lusten namelijk wel een paar mestkevers! 
Dat het niet altijd makkelijk is om meteen een goede plek te vinden bewijst een van ‘hun’ kasten. Deze kast hebben ze vier keer een klein stukje op het erf verplaatst omdat deze leeg bleef. Telkens een beetje lager en zonniger. Bij de vierde keer was het raak, dit jaar heeft er een paartje steenuil gebroed!

Enthousiasme in de buurt


De verbinding tussen de erfbewoners kunnen leggen vindt John belangrijk. Daarmee kun je namelijk een soort buurtontwikkeling op gang helpen. Hij hoopt dat de uilen zorgen voor meer onderlinge contacten tussen buren.  Het is sowieso fijn om te merken dat alle ErvenPlus deelnemers erg ‘nature minded’ zijn. Vaak zie je veel mooie maatregelen op de erven verschijnen waar onder andere de uilen van profiteren. Denk bijvoorbeeld aan de veldjes met wilde bloemen en kruiden of de houtwallen die aan het voedselaanbod voor uilen bijdragen. Uiteindelijk hoopt John dat een aantal ErvenPlus-deelnemers zo enthousiast wordt van de steen- of kerkuil dat ze zich ook aansluiten bij de uilenwerkgroep. Dit kan een domino-effect teweeg brengen waarbij het enthousiasme doorgegeven wordt aan nieuwe erfbewoners!