Asten-Someren
Natuur in de Buurt
zondag24okt2021

Een golfbaan is geen natuur, maar kan het wel worden

Mogen wij aan de rand van natuurgebied De Grote Peel een golfbaan aanleggen’, vroegen drie Brabantse ondernemers in 2004 aan de provincie. ‘We kappen wat bos, maar u krijgt er nieuwe natuur voor terug.’ Het werd een moeizame, maar succesvolle ruil.

Dat het lukte, kwam door twee vasthoudende mensen. De eerste was iemand die zich al eerder succesvol bewezen had als een man met hart voor de natuur: landschapsarchitect Han Wessels. In 1975 slaagde hij er met een actiegroep in te voorkomen dat de snelweg A2 tussen Weert en Eindhoven over de Strabrechtse heide zou worden aangelegd. Dat dwong respect af en wekte vertrouwen bij natuurorganisaties. En dan was daar Cor Vos. Een gepensioneerd ingenieur bij Philips, maar vooral ook heel actief in de lokale afdeling van het Instituut voor Natuureducatie (IVN) in Asten en omgeving. Die afdeling nam een dwarse positie in. Ze zagen wel wat in een golfbaan als dat meer natuur zou opleveren, maar de Brabantse Milieufederatie (BMF) – die cruciaal was voor de goedkeuring – wilde het gewoon niet. Uit principe geen bomenkap. En met een bezwaar van de federatie zou het niet doorgaan. Het kostte Cor Vos honderden uren telefoneren en discussiëren. ‘De weerstand was groot “Ga jij aan die golfbaan meewerken”, zeiden ze tegen me. Uiteindelijk zei de BMF: “We staan niet te juichen, maar we dienen geen bezwaar in.” Het was toen inmiddels zes jaar later.’ Vos vindt het zelf allemaal nogal logisch: ‘Vijftig hectare nieuwe natuur die we anders niet zouden hebben. Iedereen had hier volgens mij wat te winnen. Alles is beter dan landerijen vol maïs en gras die je hier eerst zag.’ De prijs voor de eigenaren van de golfbaan werd nog wel wat hoger dan de kosten van de baan alleen, want de golfbaan moest onderdeel worden van een ecologische hoofdstructuur, waarin natuurgebieden met elkaar verbonden werden. Dat betekende ook dat er een paar gebieden verderop aangekocht moesten worden, waarop niet gegolfd werd, maar waarmee het lint van natuurgebieden in deze regio aaneengesloten werd. Dat hoorde bij de deal. Inmiddels ligt het golfterrein er tien jaar en is het resultaat te zien.

Samen met Han Wessels, de baanarchitect, maak ik een rondje over de golfbaan.  ‘Golfclubs hebben een slechte naam als het om hun natuurvriendelijkheid gaat’, vertelt hij. ‘Dat komt omdat veel clubs van hun terrein een park maken. Met heel veel gras, hagen van rododendrons en alles zo glad mogelijk. Maar kijk eens wat we hier gedaan hebben.’ Hij stuurt de buggy schuin een heuveltje op. Ik heb dit gebied teruggebracht in de stijl van het landschap dat hier tot eind negentiende eeuw lag. De tijd dat het een bultig heidegebied met beekdalen was. Woeste grond. Iets daarvan zie je nu weer, en daarom vind je hier veel minder gras dan op andere banen.’ Om dat zo te houden, zit de landschapsarchitect eens per maand met zo’n tien andere gepensioneerden op z’n knieën tussen de heideplanten om het gras eruit te plukken. Want gras overwoekert anders de heide. U hebt er nogal wat voor over, zeg ik. ‘Met koffie en gebak erbij, is het goed te doen. Je hebt alleen twee dagen spierpijn.’

Voor we instapten, lieten Wessels en Vos me oude kaarten uit 1890 zien. De Grote Peel was toen 29.000 hectaren groot. Wessels: ‘Daar zijn er nu nog maar 1.000 van over. De rest van het land is naar de boeren gegaan. En hoe groter en zwaarder hun machines werden, hoe platter het land werd. De woorden flora en fauna kwam bij de ruilverkaveling in de jaren zeventig niet voor. Wat telde, was dat boeren rechte stukken land kregen. Maar eind negentiger jaren keerde de trend. Water moest niet zo snel mogelijk afgevoerd worden, maar vastgehouden. Liever slingerende beken dan strakke sloten. Er verdwenen boeren, er kwam land vrij en er ontstonden verbindingen tussen natuurgebieden.’ Vos en Wessels zagen meteen in dat de aanleg van een golfbaan op die ontwikkeling kon meeliften. Wessels zet de buggy op hole 1 even stil. Rondom ons staan loofbomen. Vos, die achter ons aanreed, komt erbij staan en zegt: ‘We staan nu middenin wat vroeger een bosperceel was. Het stuk bos waarvan milieuvrienden zeiden: “Daarvan mag geen boom verdwijnen.” Maar ik durf te zeggen dat de soortenrijkdom van dit bos is toegenomen sinds hier struiken en heide tussen liggen.’ Vlak voor hole 4 trapt Wessels op de rem. Zomaar oversteken op een golfbaan is er niet bij. Zo’n balletje wil je niet tegen je hoofd krijgen. Een man in een knalblauwe polo gebaart dat we door kunnen rijden. ‘Sommige mensen houden niet van toeschouwers’, grapt Wessels. ‘Daar worden ze nerveus van.’ We passeren bijenkasten. ‘Dit zandheuveltje hier, hebben we gemaakt van zand dat uit de 23 poelen komt die we op dit terrein hebben gegraven. Het is mooi schraal zand, waarop heideplanten het goed doen. Om het aan te laten slaan, hebben we 25 vrachtwagens vol strooisel, inclusief schimmels en bacteriën, uit Bakel-Milheeze hiernaartoe laten brengen.’

Bij de aanleg van de golfbaan heeft Vos een lijst met soorten opgesteld waarvan hij tien jaar geleden hoopte dat ze hier zouden komen. Blauwborst, ronde zonnedauw, grote keizerlibel, kamsalamander, roodborsttapuit, spiegeldikkopje, heikikker, levendbarende hagedis. En de helft is inmiddels waargenomen. Een vogel die niet op die lijst stond, maar hier afgelopen jaar wel broedde, is de grote karekiet. Het enthousiasme was groot, want dat is een zeldzame vogel, waarvan er in Nederland maar zestig tot zeventig broedparen zijn. Vos: ‘Opeens beginnen mensen hier over de natuur te praten. Ook de eigenaren van de golfbaan hadden er eerst nauwelijks verstand van. Van een karekiet hadden ze nog nooit gehoord.’

De aantallen dieren en planten worden al tien jaar nauwkeurig bijgehouden. Vos regelde met wat hulp dertien vrijwilligers, die met elkaar de natuurwerkgroep IVN-Het Woold vormen. Ze brengen jaarlijks een lijvig rapport uit en geven adviezen voor verdere natuurontwikkeling. Voor Wessels was die grote karekiet een beloning op wat hij zelf ‘verschrikkelijk veel werk’ noemt. Hij heeft voor de zeven greenkeepers, zoals de mensen van het groen op een golfbaan heten, een kaart gemaakt waarop staat welk riet wanneer gemaaid mag worden. Het is een vierjaarlijks schema, dat ervoor zorgt dat er riet van verschillende leeftijden groeit, want dat is iets dat bijvoorbeeld die karekiet nodig heeft. Wat een ijsvogel wil, is een horizontale tak, zegt Vos als hij met Wessels door het riet naar de ijsvogelwand is gelopen en nog wat verbeterpunten ziet. ‘Er komt een dode boom te liggen’, stelt Wessels hem gerust. ‘Dat is nog beter’.

Een paar golfers zoeken een balletje. Langs de hole staan paaltjes met een groene kop. Als het balletje daarachter ligt hebben ze pech. Daar mogen ze niet komen. Dat is beschermd natuurgebied. Wessels ‘Je moet hier gewoon over dat stuk groen heen slaan. Dat maakt het golfen spannend.’

Dit artikel is oorspronkelijk geschreven door André Zwartbol van het Nederlands Dagblad, naar aanleiding van een interview en rondleiding door de heer Cor Vos (lid van natuurwerkgroep het Woold en IVN Asten-Someren).