Assen
Natuur in de Buurt
maandag04feb2019

Een Mier. En wat voor één.

Veldbiologie 2018, een vervolg. Vorig jaar heeft de KNNV IVN een cursus veldbiologie gegeven waarin diverse items van de biodiversiteit onder de aandacht werden gebracht.  Op één van de avonden kregen we van Pauline Arends en Diliana Welink meer te horen over mieren. Gewoon mieren. We kregen te horen dat mieren enorm belangrijk zijn. Beide cursusleidsters organiseerden voor belangstellenden in het centrum van Staatsbosbeheer in Elp, oefenavonden waarin je je eigen huis, tuin en keukenmier kunt leren determineren, maar ook gebruik kunt maken van de aanwezige voorraad….. Op één van deze avonden heeft deelnemer Niels zijn eigen mier, die uit een  kerststukje was ontsnapt, meegenomen. Dat zorgde voor een verrassing zoals blijkt uit het onderstaand verslag van Pauline Arends.

Mieren zijn een uiterst belangrijke insectengroep. Het zijn de beste kenners op gebied van landbouw en veeteelt (al meer dan 50 miljoen jaar). Ze verspreiden zaden, doen aan (on)gediertebestrijding. Uit een Zweeds onderzoek blijkt zelfs dat de hele soortensamenstelling in een bos verandert als er geen (bos)mieren zijn. Meer kennis, affiniteit en waardering voor deze diergroep bij de mens is dan ook gewenst. Met de cursus ‘mieren leren (her)kennen ‘ brengen we de mens dichter bij de mier. Op één van de mierenavonden in Elp, kregen we wel een heel bijzonder exemplaar onder ogen. Bij een Tuinwinkel in Assen heeft Niels Grobben een kerststukje gekocht. Thuis liepen er plotseling mieren rond in de glazen bol van het kerststukje. Na onderzoek zag Niels een piepklein gaatje in een kegel waar de mieren in en uit liepen. Op de determinatieavond zagen we dat het de rode schorpioenmier (Crematogaster scutellaris ) betrof, een soort die thuishoort in Zuid Europa. Met de mildere winters in Nederland heeft deze soort zich inmiddels op een paar plekken in Nederland gevestigd. Het is één van de 36 in Nederland voorkomende mierenexoten. Een aantal van deze kunnen ware plaagdiertjes zijn, zoals het mediterraan draaigatje Tapinoma nigerrimum s.l. en de plaagmier Lasius neglectus. Wij mensen spelen echter de hoofdrol in dit verhaal; wij slepen de mieren (en vele andere kleine en grote soorten)  immers van hot naar her over de aardbol. Natuurlijk zijn er regels om te voorkomen dat dit soort kleinood in uw kamer belanden. Een zgn. fytosanitair certificaat wordt afgegeven door de autoriteiten van het land van herkomst. De producten moeten zijn geïnspecteerd voordat ze binnen de EU worden gebracht.  En de producten zijn behandeld, gecontroleerd en goedgekeurd voor de verkoop. Zo is ons verteld. Hoe dit daadwerkelijk achter de schermen eruit ziet, weet ik niet. In Drenthe staat (nog) geen stip in de atlas betreffende de rode schorpioenmier en om te voorkomen dat deze mierensoort kans ziet zich te vestigen, is het gehele volk in de vriezer gestopt en gedood. Jammer voor dit nijvere volkje wat met honderden werksters en 1 koningin leefde in een sparrenkegel. Vermoedelijk hing de kegel ergens in Zuid Europa aan een boom. Als mier zijnde kun je dan niet bedenken dat je onverwacht in Nederland op voedseljacht gaat. Bekijkend vanuit de soort, is de mens wel de kans om nieuwe werelden te veroveren.                                                                

Rode Schorpioenmier                                                                

Foto Niels Grobben