De koekoek

Het is begin mei 1920 in Bovenkerk. De zussen Jans en Jo spelen in de tuin achter hun ouderlijk huis aan de Noorddammerlaan. Als ze voor het eerst dat jaar de koekoek weer horen, vliegen ze als door wespen gestoken het huis binnen op weg naar hun moeder, mijn oma. Als ze haar zien roepen ze in koor: “Moe, we hebben de koekoek gehoord”. Ook toen was de koekoek al de lenteheraut bij uitstek. Voor de waardvogels van de koekoek, rond de Amstelveense Poel is dat de kleine karekiet, is de aankomst echter minder goed nieuws, ze moeten weer goed op hun tellen passen om te voorkomen dat ze een monstrueus koekoekskuiken groot moeten brengen. De Amstelveense Poel is het territorium van meestal één mannetjeskoekoek, terwijl het aantal vrouwtjes lastig te schatten is, omdat ze zo’n verborgen levenswijze hebben. Waar het mannetje altijd aan zijn geluid te herkennen is, is dat bij het vrouwtje niet zo, ze maakt een wat hinnekend geluid, dat een beetje aan de roep van de dodaars doet denken. Die verborgen levenswijze heeft ze nodig om de karekieten te kunnen verschalken. Ze beloert de vogels gedurende de tijd dat ze bezig zijn een nest te maken, om juist op tijd haar koekoeksei te kunnen leggen. Dat kan ze binnen enkele seconden en altijd in de namiddag als de karekieten even niet opletten. Om ze bij het nest weg te jagen heeft de evolutie de koekoeken uitgerust met een roofvogelcamouflage, ze lijken sprekend op de aartsvijand van kleine vogels, de sperwer. Vroeger dacht men zelfs dat koekoeken ‘s winters in sperwers veranderden.

De koekoeksvrouwtjes moeten echter heel erg hun best doen om de karekieten te bedotten. Als het gelegde koekoeksei te veel afwijkt van de karekieteneieren, dan wordt het ei uit het nest gekieperd, of de karekieten gaan elders een nieuw nest bouwen, soms bovenop het oude nest. Een koekoeksvrouwtje is gespecialiseerd in één type waardvogel, waarop haar eieren volledig zijn afgestemd. De mannetjes kunnen echter paren met alle soorten koekoeksvrouwtjes, men spreekt in dit geval van koekoeksrassen. Koekoeken gebruiken naast karekieten onder andere graspiepers, roodstaarten en heggemussen als waardvogel.

Zoals bekend werken de jonge koekoeken hun stiefbroers en zussen het nest uit om voedselconcurrentie te vermijden. De karekieten herkennen de jonge koekoek niet als een vreemdeling en dragen fanatiek voedsel aan voor hun jonge pleegkind, dat al gauw vele malen groter is dan de ouders. Om zoveel mogelijk voedsel aangevoerd te krijgen imiteert de jonge koekoek het geluid van een heel nest jonge karekieten. Het jong kan zo wanhopig om voedsel bedelen, dat ook andere vogels daar geen weerstand aan kunnen bieden en het jong af en toe een lekkere libel of ander groot insect toestoppen. In Azië leeft een koekoeksoort waarvan het jong onder de vleugels vlekjes heeft die op de opengesperde bekjes van jonge waardvogels lijken, om de ouders aan te sporen nog meer voedsel aan te leveren.

Dit artikel eindigt met een navrant staaltje broedparasitisme uit Gambia. Afgelopen winter kwamen we daar een juveniele grote honingspeurder tegen, een pracht van een vogel. De ouders van dit jong hadden een ei gelegd in het nest van een bijenetersoort, die zijn nest echter in boomholten bouwt. Zodoende is het voor de jonge honingspeurder onmogelijk de voedselconcurrenten uit het nest te werken. De evolutie weet echter wel raad met dit soort problemen. Jonge honingspeurders hebben snavels als roofvogels en pikken hun stiefbroers en zussen dood, om zo het rijk alleen te hebben. Zo zie je maar dat er achter een ogenschijnlijke schoonheid soms een rauwe werkelijkheid schuil gaat.

Op de foto bij dit artikel zie je een jonge honingspeurder.

Henk Breij
Natuurgids IVN Amstelveen

Het is verboden deze column te dupliceren of te gebruiken zonder uitdrukkelijke toestemming van de schrijver/fotograaf/tekena(a)res.