2014 12 Overleven in de winter, Gert-Jan Roebersen

Na een zacht begin van de herfst is het toch echt koud geworden. Wij mensen stoken het dan behaaglijk warm en als we naar buiten gaan trekken wij een dikke jas aan.

Maar hoe wapenen dieren zich tegen het winterse weer? De meeste gewervelde dieren hebben niet zozeer last van de kou (ze hebben een dikke vacht of verenpak), maar wel van gebrek aan voedsel. ’s Zomers volop aanwezig plantaardig en dierlijk voedsel (bijvoorbeeld insecten) is ’s winters nauwelijks te vinden. De strategie is dan om je voedsel elders te zoeken, een voorraad aan te leggen, om te schakelen op ander voedsel of je voedselbehoefte te verminderen.

Trekvogels vliegen naar oorden waar meer voedsel te vinden is. Onze broedvogels vertrekken naar Zuid-Europa, Noord-Afrika of nog verder; vogels die in het hoge noorden broeden, zoals ganzen en wilde zwanen, komen onze kant op voor het voedzame gras. Koperwieken en kramsvogels mengen zich tussen hun neefjes, onze merels. Mezen blijven hier, maar hun darmkanaal wordt langer: zo kunnen zij vruchten en zaden verteren en profiteren van de vetbollen die wij ophangen.

Zoogdieren kunnen een wintervoorraad aanleggen, zoals eekhoorns, of in winterslaap gaan, zoals egels. Zij zoeken een beschut plekje, de stofwisseling wordt tot een minimum teruggebracht, de lichaamstemperatuur verlaagd en het voedselverbruik geminimaliseerd. Grote grazers slaan hun reservevoorraad op als vet, maar kunnen in strenge winters toch tekort komen.

Met insecten is het weer anders. Vele overleven als ei of als pop, het volwassen exemplaar sterft. Bij wespen en hommels gaan de werksters dood; de koningin overwintert op een beschutte plek en begint in de lente aan een nieuw volk.

Planten kunnen niet wegtrekken of wegkruipen; voor hen is kou wel een gevaar. Hoe voorkomen zij dat ze doodvriezen? Vaste planten sterven bovengronds geheel of gedeeltelijk af. Hun cellen vullen zij met een suikeroplossing die als antivries dient. Eenjarige planten gaan dood, maar hun zaden overleven en ontkiemen in het voorjaar.

Waarom laten loofbomen hun bladeren vallen? ’s Zomers zorgen de bladeren voor koolzuur­assimilatie onder invloed van zonlicht; zo komt de boom aan zijn voedsel. ’s Winters is er veel minder zonlicht, maar de verdamping van vocht aan het bladoppervlak gaat door. Om dat te voorkomen trekt de boom eerst het kostbare bladgroen terug uit de bladeren. Andere kleurstoffen in het blad, die normaal onder het groen verdwijnen, zorgen dan voor de fraaie gele en rode herfstkleuren. Vervolgens wordt bij de aanhechting van de bladsteel een dun kurklaagje gevormd. Bij een flinke wind waait het blad dan af. Doordat er minder water verdampt, kan de boom ook toe met minder wortels: het wortelstelsel krimpt ’s winters fors in.

Gert-Jan Roebersen
Natuurgids IVN Amstelveen