Alphen aan den Rijn
Vogels
maandag19okt2020

Dit is waarom losse lapjes natuur rond Alphen van levensbelang zijn voor vogels

Bron: AD van 19 oktober 2020

 

Zo’n snippertje drassig weiland met hoog opgeschoten onkruid, daar help je de natuur toch niet mee? Nou, zeker weten van wel, zeggen natuurkenners.

Harrie van Opstal 19-10-20, 11:32 Laatste update: 11:33

Ze lijken gelijk te krijgen, want onlangs stapte zomaar een uiterst schuwe roerdomp (een bruine reigersoort) met haar jongen door het nieuwe natuurgebiedje IJsvogel onder de rook van Alphen. Het is slechts twee hectare groot (pakweg vier voetbalvelden) en ligt pal naast natuurcamping Polderflora. Toch werkt dit in mei voltooide ‘nieuwe natuurgebied’ als een magneet op vogels, dieren en planten.

Deze bloemenstrook is bedoeld voor bijen, maar ook bruidsparen en jarigen komen hier om foto’s te maken

Het verbaast Stef Strik, coördinator van de vogelwerkgroep van het IVN Alphen, niets. ,,Als het leefgebied maar goed is. Ik wist dat natuurproject IJsvogel heel wat potentie had. Soms is er maar weinig nodig, hoor. Toen de N11 bij Alphen werd aangelegd, was hier een zandopslag. Binnen de kortste keren hadden waadvogels als kluten en kleine plevieren dat terrein gevonden.”

Koereigers kwamen tot voor kort uitslui­tend in zuidelijke landen voor, maar vanuit Zuid-Nederland hebben ze dit gebied ontdekt

Stef Strik, Coördinator vogelwerkgroep IVN Alphen

Koereigers

We wandelen ondertussen door het Zaanse Rietveld, een naburig natuurgebied dat in 2007 werd aangelegd. Het is een stuk groter dan gebied IJsvogel, maar vormt toch ook een eilandje in het overwegend agrarische gebied. Dat deert vogels, insecten en planten allerminst. Strik wijst naar het wild begroeide weiland, een eind verderop. Tussen de Galloway-koeien zijn drie witte vogels te zien. 

ivn

Roerdomp in de Biesbosch © Thomas van der Es

,,Koereigers. Het zijn inmiddels vaste gasten geworden in het Zaanse Rietveld. Ze kwamen tot voor kort uitsluitend in zuidelijke landen voor, maar vanuit Zuid-Nederland hebben ze dit gebied ontdekt.”

Als drie kleine vogeltjes met een lange snavel snoeihard uit de lucht naar beneden komen duikelen, gaat de vogelspotter wederom glimmen. ,,Watersnippen! Je kunt merken dat de vogeltrek volop is losgebarsten.”

Juist in zo'n periode bewijst zo'n klein natuurgebied z'n nut. Strik noemt het ‘stepping stones'. Precies zoals je in de tuin met losse tegels een paadje door het gazon kunt maken, vormen de natuurgebiedjes in het Groene Hart ‘stapstenen', legt hij uit. ,,Voor bij voorbeeld zangvogels die op de trek naar Afrika zijn, is zo'n reeks gebiedjes heel interessant. Maar ook zijn deze gebieden noodzakelijk. De natuur gaat erg achteruit.”

Dramatisch

Vogelkenner Adri de Groot uit Benthuizen, die met zijn foto's regelmatig een digitaal Vogeldagboek samenstelt, beaamt dat. ,,Dit soort nieuwe natuurgebieden aanleggen is prachtig, maar ook zeer noodzakelijk. Vooral weide- en akkervogels gaan dramatisch achteruit. Het is een enorm gevecht om soorten als grutto en veldleeuwerik in de benen te houden.”

We zijn in het jaar 2000 begonnen met de aanplant, nu zitten er al liefst 68 soorten broedvo­gels

Jonathan Leeuwis, Boswachter

Hij onderstreept dat dit de boeren in het Groene Hart niet kwalijk te nemen is. Zij moeten wegens de lage marktprijzen zo efficiënt mogelijk hun bedrijf runnen. ,,Wat je ziet, is dat in die landerijen nauwelijks voedsel is te vinden. Met als gevolg dat ook predatoren zoals vos en zwarte kraai naar de natuurgebieden trekken. Waardoor grutto en tureluur het ook daar moeilijk hebben.”

Extra ruimte voor de natuur wordt razendsnel door plant en dier ingenomen, vertelt Jonathan Leeuwis, boswachter voor onder meer het Bentwoud. ,,We zijn in het jaar 2000 begonnen met de aanplant, nu zitten er al liefst 68 soorten broedvogels. Het heeft dus absoluut zin om nieuwe natuur aan te leggen, zeker nu wegens de woningnood ook veel nieuwe huizen worden gebouwd.”

IVN’er Stef Strik onderstreept dat. ,,Door de coronacrisis merk je dat het in groengebieden veel drukker is geworden. Mensen willen er graag op uit. Om al te grote drukte te voorkomen, zijn dus alleen maar meer natuurgebieden nodig.”

ivn