Roermond e.o.
Natuur
woensdag21sep2016

Verslag excursie Koningsteen, Thorn 04-04-2016

Bij aankomst op de parkeerplaats bij de Grote Hegge kwam een nieuwsgierige eekhoorn naar mijn auto kijken. Door een hond werd hij verstoord en koos het veilige heenkomen.
Met 15 liefhebbers komen wij deze ochtend bij elkaar om een wandeling te maken over Koningsteen in Thorn. In de boom zien wij een drietal putters. We vertrekken klokslag 8 uur en kijken eerst over het water van de Grote Hegge. Hier zitten de gebruikelijk watervogels, zoals knobbelzwanen, meerkoeten, futen, wilde eend en kuifeenden. In de verte zien we nog juist een grote zilverreiger richting Maas vliegen. Zoals gebruikelijk lopen wij bij de nieuwe ingang van Koningsteen eerst naar rechts de Belgische kant op. Hier ontwikkelt zich steeds meer een nieuw natuurgebied. Op de struiken zien wij een roodborsttapuit zitten. Wij horen ook het geluid van de pas aangekomen fitis met zijn zoete en weemoedig geluid met zachte klankwisselingen. Dit zal weldra het “gestjiftaf” van (dus) de tjiftjaf overstemmen. Op het meertje bij  de kijkhut zitten diverse dodaarzen, de kleinste fuut. Bij het teruglopen naar Kongingsteen horen wij het melodieuze gezang van een zwartkop, mijn eerste dit voorjaar. Het is altijd weer even wennen aan het begin van de lente aan de verscheidenheid van klanken en geluiden na een winterpauze en het weer op de juiste naam van de vogel brengen. Overal horen wij in de struiken de tjiftjafs, merels, maar nog geen nachtegalen. Hier is het nog net iets te vroeg voor, evenals de zomertortel en de grasmussen. Over de dijk en op de grens met België kijken wij uit op het grindgat. Deze wordt langzamerhand weer opgevuld met zand en zo ontstaan strandjes, welke natuurlijk mooie strandlopers en watervogels zullen aantrekken. Zo kunnen wij nu al de kleine strandlopers zien lopen en vliegen. Deze lijken in de vlucht groter als in werkelijkheid zijn op de grond. Tussen de eilandjes door zwemmen wintertalingen, bergeenden, ganzen (grauwe), krakeenden, slobeenden en wilde eenden. Een heel aparte gans met een Indische-gans-kop wordt genoemd naar de ontdekster Marleen.  We lopen verder door de niet zo erg verwachte modder. Door groot graafwerkmateriaal, die door het gebied zijn gereden,  zijn brede en diepe moddersporen ontstaan. Aan de Maaskant op Belgisch grondgebied zien wij de oorzaak.  Alle bomen en struiken zijn verdwenen en hebben plaats gemaakt  voor een diepe en enorme kuil langs het grindgat. Waarschijnlijk is dit ook nodig voor de grindwinning, maar het doet geen goed aan het natuurgebied zo vlak voor het broedseizoen. De hoge bomen, waar de koekoek zijn uitkijkpost heeft, zijn verdwenen. Jammer en het zal weer jaren duren voordat het zich weer heeft hersteld, nu het eindelijke weer goed ging. 


Na een kleine pauze voor een boterhammetje lopen we langs de Maas naar het vijvertje. Over het water scheert een ijsvogel. Op de punt richting de Maas/Wessem zijn de konikpaarden  met hun pasgeboren veulens en galloway koeien achter een hekwerk ondergebracht. Op een eilandje in de vijver heeft een beverfamilie zich gehuisvest door een grote burcht te bouwen. Overal zijn bomen aan geknaagd en omgevallen. Dit doen de bevers voornamelijk in de winter zodat zij  zich kunnen voorzien van jonge twijgen. Op de terugweg nemen wij de dijk om zo enigszins de modder te ontlopen. Hier zien we dan al de citroenvlinder. Doordat op dat moment nogal fris was, bleef hij mooi zitten.

Op het dagstrand nemen de sportduikers hun plaatsen in om naar de boot in het water te gaan. Op de parkeerplaats aangekomen vergelijken wij onze tellingen en komen aan een mooie score van 52 vogelsoorten. Ondertussen is toch aardig warm geworden en dus wzijn de dikke jassen overbodig.

Meinse van der Velde

roermond_20160403_koningsteen.pdf